Naar de inhoud

Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (34628)

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel ontvangen tot Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Invorderingswet 1990 en enkele andere wetten in verband met een vereenvoudiging van de beslagvrije voet.

Het wetsvoorstel bevat de uitwerking van de voorstellen die in de hoofdlijnennotitie aan de Tweede Kamer van 23 december 2015 zijn geschetst.  Met de voorstellen beoogt het kabinet dat de beslagvrije voet een transparante en eenvoudig te controleren norm wordt voor zowel schuldenaren als schuldeisers. Daarbij benadrukt het kabinet dat deze wijzigingen in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ook doorwerken op andere vormen van incasso. Een bestuursorgaan dat besluit tot verrekening is op basis van artikel 4:93, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb), in beginsel eveneens gehouden aan de hier beschreven regels met betrekking tot de vaststelling van de hoogte van de beslagvrije voet. Ook geldt voor de tenuitvoerlegging van een dwangbevel (op grond van artikel 4:116 Awb) evenzeer het hier beschreven proces als uitgangspunt, indien verhaal wordt gezocht op een vordering tot periodieke betaling als bedoeld in artikel 475c Rv. Voor de uitvoering van de nieuwe berekening zal de overheid een rekentool beschikbaar stellen.

Kern van het wetsvoorstel bestaat uit een sterk vereenvoudigd model om de beslagvrije voet te berekenen. Alleen vereenvoudiging van het rekenmodel is niet voldoende om de beslagvrije voet beter te borgen. Het kabinet realiseert zich dat de problemen ook deels worden veroorzaakt door een samenloop van beslagen, al dan niet in combinatie met (bijzondere) incasso-instrumenten. Met dit wetsvoorstel wil het kabinet de bestaande problemen beteugelen door wijzigingen in het proces van beslaglegging aan te brengen, waardoor beslagleggende partijen beter van elkaars incassoactiviteiten op de hoogte zijn. Daarnaast laat het kabinet ook onderzoeken hoe met name bijzondere incasso-instrumenten in de uitvoering gerichter kunnen worden ingezet. Vooralsnog lijkt op dat vlak wijziging van regelgeving niet nodig. Als uit het onderzoek blijkt dat dit wel noodzakelijk is, geeft het kabinet daaraan invulling.

Wetgeving
Jurisprudentie
Officiële publicaties
Europese regelgeving
Soort nieuwsWetgeving
Publicatiedatum20-12-2016
Nummer2016/0476