Wet vervanging contractuele referentierentes (1998.43.2895)


Bespreking van het wetsvoorstel Wet vervanging contractuele referentierentes dat op 21 augustus 1998 bij de Tweede Kamer is ingediend.

Naast referentierentes als de in de lokale interbancaire markt gehanteerde 'Interbank Offered Rates' bestrijkt de Wet ook de vaste voorschotrente en het daarvan afgeleide promessedisconto, die vaak als referentierente dienst doen in overeenkomsten. De vaste voorschotrente en het promessedisconto vervallen per 1 januari 1999 (JBN 1997, nr 107).

Voor het geval contractspartijen geen vervangende voorziening hebben getroffen bevat het wetsvoorstel in artikel 2 een speciale regeling. Deze houdt in dat de minister van Financiën een referentierente aanwijst die de in door Nederlands recht beheerste overeenkomsten voorkomende vaste voorschotrente vervangt vanaf het tijdstip dat die niet meer wordt berekend en gepubliceerd.

Het tweede lid van artikel 2 bepaalt dat een dergelijke aanwijzing een beperkte werkingsduur heeft die in elk geval zal eindigen op 31 december 2001. Voor contracten die tot na die datum lopen moeten partijen dus zelf een voorziening treffen. Uit de MvT volgt dat de minister van Financiën een basisrente van de Europese Centrale Bank zal aanwijzen die het meest in de buurt komt van de vaste voorschotrente, waarschijnlijk de depositorente die banken vergoed krijgen over bij de centrale bank geplaatste deposito's.

De vervanging van de referentierente vormt geen onvoorziene omstandigheid als bedoeld in art. 6:258 BW. Voor het geval inwerkingtreding per 1 januari 1999 niet haalbaar blijkt wordt aan de artikelen 1 en 2 terugwerkende kracht toegekend.

K.W.H. Broekhuizen

Bb nr 20, 30 september 1998 blz. 179

Verder lezen