Wetsvoorstel herziening SW 1956 naar de Tweede Kamer


Samenvatting

Staatssecretaris De Jager heeft op 20 april 2009 het wetsvoorstel Vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een regeling voor afgezonderd particulier vermogen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956' naar de Tweede Kamer gestuurd.

Hieronder worden de belangrijkste maatregelen uit het wetsvoorstel samengevat. Beoogd is dat de wet in werking treedt met ingang van 1 januari 2010.

Nieuwe regelgeving

1. Algemeen

De term successierecht wordt vervangen door erfbelasting en de term schenkingsrecht door schenkbelasting. De citeertitel van de wet wordt niet gewijzigd. De tabel in het Uitv.besl. SW 1956 wordt aangepast overeenkomstig de tabel uit het Uitv.besl. IB 2001. Voor onroerende zaken die als woning in gebruik zijn geldt dat de waarde zal worden gesteld op de WOZ-waarde. In gevallen waarin kort na elkaar twee overlijdens plaatsvinden wordt voorzien in een verzachting. Indien een verkrijger binnen 30 dagen na de verkrijging zelf komt te overlijden wordt de door hem verschuldigde erfbelasting verminderd tot nihil. Verder wordt in tegenstelling tot HR 30 maart 2007, nr. 41.007, NTFR 2007/578, een schenking onder opschortende voorwaarde geacht tot stand te komen bij het in vervulling gaan van de voorwaarde.

2. Tarieven en vrijstellingen

De voorgestelde tariefstructuur luidt schematisch weergegeven als volgt.

Deel van de belaste verkrijgingen

Tariefgroep (partners en kinderen)

Tariefgroep 1A (kleinkinderen)

Tariefgroep 2 (overige verkrijgers)

€ 0 – € 125.000

10%

18%

30%

€ 125.000 – hoger

20%

36%

40%

Vrijstellingsbedragen erfbelasting

Partners

€ 600.000

Kinderen en kleinkinderen

€ 19.…

Verder lezen
Terug naar overzicht