Wetsvoorstel Wijziging Mijnbouwwet, Wet milieubeheer en Wet op de economische delicten (implementatie EU-richtlijn)


Bij de Tweede Kamer is ingediend het wetsvoorstel tot Wijziging van de Mijnbouwwet, de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met implementatie van richtlijn nr. 2013/30/EU van het Europees parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG (Pb EU 2013, L 178). De implementatietermijn van deze richtlijn verstrijkt 19 juli 2015. Deze richtlijn is alleen van toepassing op het grondgebied van Nederland binnen de Europese Unie, daarin begrepen de Nederlandse exclusieve economische zone, en heeft geen gevolgen voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Aanleiding voor richtlijn nr. 2013/30/EU was het buitengewoon ernstige ongeluk dat zich op 20 april 2010 in de Golf van Mexico heeft voorgedaan bij een boring naar olie. Door een ongecontroleerde ontsnapping van olie en gas, ontstond er een explosie op het platform. Er vielen elf doden en over een periode van drie maanden stroomden er miljoenen vaten olie in zee. De schade voor het milieu, de visserij en de kusteconomieën was groot. Voor de Europese Commissie was deze ramp aanleiding om een richtlijn voor te stellen waarin verplichtingen zijn opgenomen op het gebied van risicobeheer en voorbereiding op noodsituaties bij opsporing en winning van olie en gas.

De richtlijn heeft tot doel de kans op zware ongevallen ten aanzien van olie- en gasactiviteiten op zee verder te verkleinen, en de gevolgen ervan te beperken. Daartoe worden voorwaarden voor veilige opsporing en winning van olie en gas op zee verbeterd, en reactiemechanismen bij zware ongevallen aangescherpt. Op die manier wordt het mariene milieu beter tegen verontreiniging beschermd. Dit is in het belang van andere gebruikers van de zee en de kust, zoals de visserij en het toerisme, maar ook voor de olie- en gasindustrie zelf.

Daarnaast strekt de richtlijn ertoe de regels over veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten te harmoniseren, door in één richtlijn zowel regels te stellen over veiligheid van werknemers als over bescherming van het milieu.

Om deze doelstellingen te bereiken, legt de richtlijn verschillende verplichtingen op aan partijen die betrokken zijn bij de olie- en gaswinning. Daarnaast verplicht de richtlijn de lidstaten om nauwer samen te werken, vooral wanneer er sprake is van grensoverschrijdende gevolgen van een ongeval. Tevens wordt een EU-groep van autoriteiten voor offshore olie- en gasactiviteiten (EUOAG) ingesteld. In deze groep wordt kennis en informatie uitgewisseld om “beste praktijken” te ontwikkelen.

De richtlijn is gericht op het voorkomen van zware ongevallen op zee en het beperken van de gevolgen van ongevallen op zee. In het wetsvoorstel wordt voorgesteld een groot deel van de bepalingen dat volgens de richtlijn op zee wordt voorgeschreven ook op land toe te passen. Er worden hierbij geen aanvullende maatregelen voor op zee voorgeschreven, maar het toepassingsbereik van de maatregelen wordt wel ruimer.

Voorgesteld wordt om de maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen (met name het opstellen en indienen van het rapporten inzake grote gevaren en kennisgevingen van boorgatactiviteiten), regels voor interne rampenplannen, de reactie op noodsituaties, het opstellen van het bedrijfsbeleid ter voorkoming van zware ongevallen en de regeling voor onafhankelijke verificatie van belangrijke onderdelen en processen ook voor te schrijven bij de opsporing en winning van olie en gas op land.

Daarnaast wordt voorgesteld om bij de beoordeling van een aanvraag van een opsporings- of winningsvergunning aanvullende criteria ten aanzien van de technische en financiële mogelijkheden van de aanvrager mee te nemen. Om ervoor te zorgen dat de vergunninghouder voldoende financiële middelen aanhoudt, wordt voorgesteld om in de vergunning de omvang van de aan te houden middelen vast te leggen. Zo wordt zeker gesteld dat eventuele schade veroorzaakt door de opsporings- of winningsactiviteiten vergoed kan worden. Dit voorschrift is net zo van belang voor mijnbouwactiviteiten op land als voor op zee. Hiermee samenhangend wordt voorgesteld om de aansprakelijkheid van de vergunninghouder van een opsporings- of winningsvergunning op land ook vast te stellen. Immers kunnen ook op land mijnbouwactiviteiten tot zware ongevallen leiden. Bij een eventueel zwaar ongeval wordt zo bewerkstelligd dat de vergunninghouder altijd aansprakelijk kan worden gesteld, ook als de activiteiten door een door hem ingehuurde partij worden uitgevoerd.

In de transponeringstabel van hoofdstuk III van deze toelichting wordt gedetailleerd per onderdeel van de richtlijn aangegeven of implementatie in wet- of regelgeving nodig is. Indien dit niet het geval is, wordt de reden aangegeven. Indien dit wel het geval is, wordt aangegeven op welke wijze dit zal plaatsvinden.
KST 34041, 2

Verder lezen
Terug naar overzicht