WEV van een door brand beschadigde woning op het tijdstip van verkrijging is niet nihil


Samenvatting

Op 5 maart 2003 is de moeder van belanghebbende om het leven gekomen tijdens een brand in haar woning. De verzekeraar heeft € 99.509 uitgekeerd wegens brandschade. Dit bedrag is besteed aan het herstel van de woning. Ongeveer een jaar na de brand heeft belanghebbende de woning verkocht voor € 377.500. Voor het recht van successie moet als waarde van de woning in aanmerking worden genomen de waarde in het economische verkeer (WEV) op het tijdstip van de verkrijging. De WEV vlak vóór de brand was € 287.000.

Met Rechtbank Haarlem acht het hof het aannemelijk dat de waarde van de woning op het moment van overlijden lager is vanwege de onbewoonbaarheid door de brandschade. Maar op het moment van de verkrijging was al wel voorzienbaar dat de verzekeringsmaatschappij een bedrag zou uitkeren waarmee de woning zou kunnen worden hersteld. Hof Amsterdam (NTFR 2009/1740) heeft dan ook geen reden gezien om de woning lager te waarderen dan de waarde vlak vóór de brand. Nu de inspecteur de waarde veel lager heeft vastgesteld dan de WEV vlak vóór de brand, namelijk op € 220.000, is volgens het hof ook voldoende rekening gehouden met mogelijke belemmeringen van potentiële kopers om de woning te kopen.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht