WSW onder staatstoezicht


De overheid gaat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) onder publiekrechtelijke controle plaatsen. Dat is gebaseerd op de Woningwet 2015, die op 1 juli 2015 van kracht wordt. Hoofdlijn is dat de minister voortaan de beleidsregels van het WSW moet goedkeuren, zo nodig de raad van commissarissen kan ontslaan en aanwijzingen kan geven. Het WSW is een private stichting, opgericht om aan woningcorporaties borging te bieden bij het lenen van geld bij beleggers en banken. Het Rijk en de gemeenten geven nu een ultieme garantie op de € 85 miljard aan leningen. Minister Blok stuurde op 1 juni 2015 een brief daarover aan de Tweede Kamer:

Parlementaire enquête

Veel van de voorstellen zijn gebaseerd op de conclusies van de parlementaire enquêtecommissie. In de Woningwet 2015 zijn de kaders voor het speelveld voor de corporaties vastgelegd. Een van de gebieden waarop het rijk en de gemeenten meer te zeggen wilde krijgen was de borging van leningen via het WSW. Uitgangspunten waren: meer prikkels in het borgingsstelsel brengen door van faillissement van corporaties een reële optie te maken en een vorm van eigen risico voor verstrekkers van leningen. Daarnaast om in het licht van de publieke belangen en de publieke garantstelling de rol van de publieke achtervangers (het Rijk en de gemeenten) in de governance van het WSW te versterken, de reikwijdte van de instemmingsbevoegdheden bij belangrijke besluiten te vergroten en het WSW onder publiekrechtelijk toezicht te brengen.

Hoofdpunten

De statuten van het WSW worden zo aangepast dat het publieke belang van het borgen sterker benadrukt wordt. Ook moet het WSW meer informatie gaan verstrekken over het financiële beeld van de corporatiesector als geheel en een overzicht van het door het WSW gevoerde beleid. Benoeming van een RvC-lid of bestuurder kan alleen als deze voor de fit- en propertest van de minister zijn geslaagd. De beleidsregels die het WSW elk jaar vaststelt met daarin een reeks parameters ter beoordeling van de financiële gezondheid van een corporatie, dienen door de minister te worden goedgekeurd. Toezicht op het doen en laten van het WSW komt te liggen bij de Autoriteit Wonen aan de hand van een toezichtsplan. Sanering loopt vanaf 1 juli 2015 via het WSW en niet meer via het Centraal Fonds Volkshuisvesting of de Autoriteit Wonen. Die laatste houdt wel toezicht op de saneringen.

Faillissementen van woningcorporaties zijn niet langer uitgesloten: het WSW mag besluiten niet tot sanering en financiële hulp over te gaan. Dat betekent dan verlies voor de geldverstrekkers van ongeborgde leningen; voor de geborgde leningen kunnen zij een claim leggen bij het WSW. De DAEB-activiteiten worden in een dergelijke situatie voortgezet door een andere organisatie.

Gemeenten krijgen als partners van de corporaties bij het opstellen van prestatieafspraken en hun achtervangrol bij financiële problemen ook een sterkere positie met de volgende clausule. Mocht een gemeente van corporaties, die er financieel minder voorstaan inspanningen eisen die later onverantwoord bleken, dan kan die gemeente mee opdraaien voor verliezen van een dergelijk project.

Bijlagen bij voorstellen

De minister laat zijn voorstellen vergezellen van twee bijlagen. Een daarvan is opgesteld door Deloitte, waarin bekeken is of de onlangs ingevoerde beoordelingsmethodiek van het WSW om vast te stellen wat het profiel is van een corporatie, hout snijdt. Dat wordt positief beoordeeld, mede gezien de normen van organisaties als Standard and Poors; aangeraden wordt om over een paar jaar te onderzoeken of de gehanteerde parameters een goed beeld geven. Zie bijlagen:

Rapport Verdiepende analyse Waarborgfonds Sociale Woningbouw, 1 juni 2015;

Rapport Onderzoeksopdracht validatie Risicobeoordelingsmethodiek WSW, 1 juni 2015.

Jaarverslag WSW 2014 en de liquiditeitsprognose 2015-2019.

Commentaar

De minister gaat in opdracht van de Kamer de vrijheidsgraden waarbinnen het WSW kan werken inperken. Zo hoopt de politiek Vestia-achtige situaties in de toekomst te voorkomen. Daarbij moet de minister voorkomen dat hij op de stoel van het WSW gaat zitten, omdat dit zou betekenen dat borging van de financiering van corporaties door Brussel als staatssubsidie wordt gezien. De minister wil nu nog niet naar een systeem waarbij banken meer risico’s lopen omdat dan de omdat de banken deze risico’s meenemen in hun rentetarieven en leningen en de daarop gebaseerde huurprijzen duurder uitvallen. Aedes is bang voor politieke bemoeienis met de borging: zij zien een te grote invloed van de politiek/beleid op het borgingsbeleid dat het WSW uitvoert.

Duidelijk is dat het falen van het WSW bij een zorgvuldige borging en controle op de financiële gezondheid van de corporaties in het verleden meespeelt met de redelijke strenge inperking van de beleidsvrijheid van het WSW. Het WSW heeft de laatste twee jaar zijn controle systeem strikter gemaakt, maar het gevaar dat corporaties omvallen en een beroep doen op overheidsmiddelen wil de wetgever zoveel mogelijk uitsluiten.

(Bron: Brief aan Tweede Kamer, 1 juni 2015)

Verder lezen
Terug naar overzicht