Zesde verzoek om uitstel van de zitting wordt afgewezen


Samenvatting

Sinds 2005 is meerdere malen getracht een onderzoek ter zitting te plannen in de bij Hof Den Bosch aanhangige zaken van belanghebbende. Vijfmaal is de zittingsdatum op verzoek van belanghebbende verzet en eenmaal heeft behandeling ter zitting niet kunnen plaatsvinden omdat door belanghebbende kort daarvoor een wrakingsverzoek werd ingediend. Het verzoek tot wraking van de behandeld raadsheer werd door de wrakingskamer afgewezen. Vervolgens verzoekt belanghebbende ook voor de op 24 oktober 2006 geplande zitting om uitstel. Nadat het hof dit verzoek heeft afgewezen, dient belanghebbende wederom een wrakingsverzoek in. De wrakingskamer wijst dit verzoek bij mondelinge uitspraak van 24 oktober 2006 af, waarna het hof het onderzoek ter zitting in de zaken van belanghebbende heeft gehouden. Volgens het hof (NTFR 2007/1511) kan het belang van belanghebbende om persoonlijk de zitting bij te wonen in het onderhavige geval niet meer prevaleren boven het algemene belang van een doelmatige procesgang. Om die reden is het verzoek om uitstel afgewezen. Voorts oordeelt het hof dat belanghebbende terecht niet-ontvankelijk in zijn bezwaar is verklaard.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO.

Verder lezen
Terug naar overzicht