Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 6 art. 161 (Letselschade) en (Vermogensrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 14-11-2016 door mr. T.G.G. Raijmakers

Artikel 161 Tekst van de hele regeling

1.

Een verbintenis gaat teniet door vermenging, wanneer door
overgang van de vordering of de schuld de hoedanigheid van
schuldeiser en die van schuldenaar zich in één persoon
verenigen.

2.

Het vorige lid is niet van toepassing:

  1. zolang de vordering en de schuld in van elkaar
    gescheiden vermogens vallen;

  2. in geval van overdracht overeenkomstig
    artikel 93 van Boek
    3
    van een vordering aan toonder of
    order;

  3. indien de voormelde vereniging van hoedanigheden het
    gevolg is van een rechtshandeling onder ontbindende
    voorwaarde, zolang niet vaststaat dat de voorwaarde
    niet meer in vervulling kan gaan.

3.

Tenietgaan van een verbintenis door vermenging laat de op
de vordering rustende rechten van derden onverlet.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Hoofdregel

Indien de hoedanigheid van schuldenaar en schuldeiser zich in één persoon verenigen, gaat een verbintenis op grond van het bepaalde in lid 1 in beginsel teniet door vermenging.

C.2: Uitzonderingen

Op deze regel zijn in lid 2 een drietal uitzonderingen geformuleerd. Indien de vordering en de schuld in gescheiden vermogens vallen, gaan deze niet teniet door vermenging. Hiervan kan onder meer sprake zijn ingeval iemand schuldeiser wordt in zijn kwaliteit als voogd, terwijl hij in privé schuldenaar is. Ook een vordering aan toonder of order gaat niet teniet door vermenging. Op deze wijze wordt de deelname aan handel, in bijvoorbeeld obligaties aan toonder, vergemakkelijkt (Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II 2013/338 en Achterberg (1999), nr. 90). De derde uitzondering betreft het geval dat de vereniging van schuldenaar en schuldeiser in één persoon het gevolg is van een verbintenis onder ontbindende voorwaarde. Zolang niet vaststaat dat deze voorwaarde niet meer in vervulling kan gaan, gaat de verbintenis niet teniet door vermenging. Ratio hierachter is dat indien de verbintenis teniet zou gaan door vermenging, deze niet meer kan herleven indien de voorwaarde in vervulling gaat, nu de vervulling van een ontbindende voorwaarde geen terugwerkende kracht heeft (Achterkamp (1999), nr. 90).

C.3: Positie derden

Vermenging heeft relatieve werking. Op grond van het bepaalde in lid 3 hoeft een derde-rechthebbende op de vordering de vermenging niet tegen zich te laten werken. Het recht van deze derde wordt gehandhaafd zoals dit voor de vermenging bestond, en hij kan de schuldenaar aanspreken als was geen sprake van tenietgaan door vermenging (Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II 2013/340).

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 161.

F: Literatuurverwijzing

  • Achterberg, van M.P., Overgang van vorderingen en schulden en afstand van vorderingen, Deventer: Kluwer 1999.
  • Hartkamp, A.S. en C.H. Sieburgh, Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands burgerlijk recht. 6. Verbintenissenrecht. Deel II. De verbintenis in het algemeen, tweede gedeelte, Deventer: Kluwer 2013.