Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 265 (Huurrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 22-03-2017 door mr. J.A. Tuinman

Artikel 265 Tekst van de hele regeling

Van de bepalingen van deze onderafdeling kan niet worden
afgeweken, tenzij uit die bepalingen anders voortvloeit.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

In het huurrecht is vaak sprake van semidwingend recht (vgl. artikelen 7:206, 209, 215, 231, 240, 241, 242, 243, 244, 268 lid 7, 270, en 272 t/m 281 (ingevolge 282) BW), in welk geval huurder als beschermde partij een beroep moet doen op de vernietigbaarheid (ex art. 3:40 lid 2 jo. 3:49 BW). Onderafdeling 2 (artikelen 7:246-264 BW) betreft het huurprijzenrecht en is van dwingend recht. De reden daarvoor is dat deze onderafdeling niet alleen aan huurders huurprijsbescherming beoogt te bieden, maar ook de uitgaven van de overheid aan de huurtoeslag moet beperken. Afwijkingen van het huurprijzenrecht in het voordeel van de huurder zijn dus ook nietig, hetgeen niet uitsluit dat reden kan bestaan voor toepassing van artikel 3:41 BW (partiële nietigheid), artikel 3:42 BW (conversie) of artikel 3:58 BW (bekrachtiging). De slotzinsnede ‘tenzij uit die bepalingen anders voortvloeit’ ziet blijkens de parlementaire geschiedenis op artikel 7:257 BW, waar aan huurder een keuzemogelijkheid wordt gegeven. Vgl. Kamerstukken II
1997/98, 26 089, nr. 3, p. 49.

Voor andere voorbeelden in het huurrecht waar de rechter ambtshalve afwijking van de wettelijke bepaling moet toetsen, zie artikelen 7:226, 7:268 lid 8 en 7:271 BW en 50 UHW.

In het arrest Huurders/Harderglorie van Hof Leeuwarden van 22 maart 2011 (ECLI:NL:GHARN:2011:BP9801) kwam vast te staan dat de verhuurder in strijd met artikel 7:252 BW de huurprijs had gewijzigd. Het hof overwoog dat artikel 7:252 BW ingevolge 7:265 BW van dwingend recht is, maar dat toch een wijziging van de huurprijs tot stand was gekomen, omdat het beroep op rechtsverwerking van de  verhuurder slaagde. In casu was sprake geweest van gedragingen van de huurders waar de verhuurder het gerechtvaardigde vertrouwen aan mocht ontlenen dat de huurders niet meer tegen de wijziging van de huurprijs zouden opkomen.

D: Jurisprudentie uitgebreid

Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 265.

F: Literatuurverwijzing

  • Jonge, A.R. de, Huurrecht, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2013, p. 357 e.v.
  • Hielkema, H.M., ‘Blauwdruk voor een geheel nieuwe huurprijsregelgeving voor woonruimte’, WR WR 2007, 62007, 6.
  • Hielkema, H.M., ‘Huurprijzenrecht voor woonruimte’, WR WR 2002, 92002, 9, p. 296.
  • Sanden, P. van der en J. Sengers, Huurrecht Woonruimte, Den Haag: Sdu Uitgevers 2015, hoofdstuk 13.1