Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 452 (Letselschade) en (Vermogensrecht)


Commentaar is bijgewerkt tot 30-01-2018 door mr. W.K. Bischot en mr. M.M. Janssen en mr. B.A. van Schelven

Artikel 452 Tekst van de hele regeling

De patiënt geeft de hulpverlener naar beste weten de
inlichtingen en de medewerking die deze redelijkerwijs voor het
uitvoeren van de overeenkomst behoeft.

A: Inleiding

Het artikel bevat – samen met artikel 7:461 BW (betalen van loon) – een van de weinige verplichtingen voor de patiënt. Het artikel bepaalt dat de patiënt zich naar vermogen moet inspannen de hulpverlener inlichtingen te verschaffen en medewerking te verlenen. De patiënt heeft er belang bij dat de hulpverlener de overeenkomst zo goed mogelijk uitvoert. Daarvoor heeft de hulpverlener inlichtingen en medewerking van de patiënt nodig.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

Omdat de verplichtingen van de hulpverlener uitdrukkelijk zijn vastgelegd, werd in verband met de gewenste evenwichtigheid van belang geacht dat ook de uit de redelijkheid en billijkheid voortvloeiende verplichtingen van de patiënt uitdrukkelijk in de wet werden vastgelegd. Uit de MvT blijkt echter dat het niet de bedoeling van de wetgever is dat de hulpverlener rechtstreeks nakoming kan afdwingen van deze verplichtingen (Kamerstukken II 1993/94, 21 561, 11, p. 42). Niet-nakoming door de patiënt kan wel gevolgen hebben voor voortzetting van de overeenkomst en voor de aansprakelijkheid van de hulpverlener (Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, 14 april 1994, GR 1995, 25: als gevolg van het gebruik van bepaalde medicatie had de patiënt last van bijwerkingen. Nu de patiënt de hulpverlener niet had ingelicht over ander medicijngebruik, ondanks het feit dat de hulpverlener daar uitdrukkelijk naar had gevraagd, werd de hulpverlener dit niet verweten). Indien de patiënt nalatig is, kan dat tot gevolg hebben dat hij de hulpverlener niet kan aanspreken wegens tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst. Het kan tevens onder omstandigheden een gewichtige reden opleveren voor de hulpverlener om de overeenkomst op grond van artikel 7:460 BW op te zeggen (Kamerstukken II 1993/94, 21 561, 3, p. 33). Of de hulpverlener een beroep kan doen op het gebrek aan medewerking door de patiënt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. In ieder geval heeft niet elke niet-nakoming van de verplichting tot medewerking of informatieverschaffing van de patiënt tot gevolg dat de patiënt de hulpverlener niet meer kan aanspreken wegens tekortkomingen in de nakoming van de overeenkomst.

D: Jurisprudentie uitgebreid

HR 12 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL8442, AB 2004/93 m.nt. Zwart;

patiënt moest na beëindiging van de behandelingsovereenkomst medewerking verlenen aan een bloedonderzoek omdat er een mogelijkheid was dat de tandarts wegens bloedcontact besmet was met het hiv-virus. In verband met de redelijkheid en billijkheid kan van een patiënt worden verlangd ook na beëindiging van een behandelingsovereenkomst binnen redelijke grenzen het nodige te doen om de schade die de arts tijdens de behandeling heeft opgelopen, te beperken.

Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 14 april 1994, GR 1995/25;

door gebruik van bepaalde medicatie had de patiënt last van bijwerkingen. Nu de patiënt de hulpverlener niet had ingelicht over ander medicijngebruik, ondanks het feit dat de hulpverlener daar uitdrukkelijk naar had gevraagd, werd de hulpverlener dit niet verweten.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Burgerlijk Wetboek Boek 7 artikel 452.

F: Literatuurverwijzing

Bij dit artikel is nog geen belangrijke literatuur aanwezig.