Commentaar op Wetboek van Strafvordering art. 509y t/m 509gg


Commentaar is bijgewerkt tot 27-03-2017 door mr. P. de Bruin

Artikel 509y Tekst van de hele regeling

In deze titel wordt verstaan onder:

veroordeelde: degene die is geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders;

maatregel: plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders;

reclasseringswerker: degene die ingevolge artikel 38p, vierde
lid, van het Wetboek van Strafrecht is belast met het
onderhouden van contact met de veroordeelde.

Artikel 509z Tekst van de hele regeling

1.

Wanneer het openbaar ministerie van oordeel is dat
toepassing behoort te worden gegeven aan een der bepalingen
van de artikelen 38q of 38r van het Wetboek van Strafrecht,
dient het een daartoe strekkende, met redenen omklede,
vordering in. Wanneer degene aan wie de maatregel
voorwaardelijk is opgelegd een verzoek als bedoeld in
artikel 38q van het Wetboek van Strafrecht heeft gedaan,
wordt het verzoek door de griffier ter kennis gebracht van
het openbaar ministerie, dat daarop zo spoedig mogelijk een
conclusie neemt.

2.

Tot kennisneming van de vordering of het verzoek is bij
uitsluiting bevoegd de rechtbank die in eerste aanleg de
maatregel heeft opgelegd.

3.

Acht de rechtbank zich onbevoegd dan verwijst zij de zaak
naar de rechtbank die haar behoort te berechten. De
vordering wordt in dat geval geacht te zijn ingediend door
de officier van justitie bij die laatste rechtbank.

4.

Onmiddellijk na de indiening van de vordering of conclusie
bepaalt de voorzitter een dag voor het onderzoek van de
zaak, tenzij de summiere kennisneming van de stukken de
rechtbank aanleiding geeft de vordering of het verzoek
buiten verdere behandeling te laten.

5.

Het openbaar ministerie doet vervolgens zo spoedig mogelijk
de veroordeelde en de reclasseringswerker tijdig tot het
bijwonen van het onderzoek oproepen, onder betekening van de
vordering of conclusie aan de veroordeelde.

Artikel 509aa Tekst van de hele regeling

1.

Wanneer de rechtbank toepassing heeft gegeven aan artikel 38s,
eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht
, bepaalt de
voorzitter onmiddellijk na ontvangst van de in dat artikellid
bedoelde inlichtingen een dag voor het onderzoek van de zaak.
Het openbaar ministerie doet vervolgens zo spoedig mogelijk de
veroordeelde tijdig tot het bijwonen van het onderzoek oproepen.

2.

Wanneer de rechtbank een verzoek of een vordering tot een tussentijdse
toetsing als bedoeld in artikel 38s, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht,
gedaan na het opleggen van de maatregel, afwijst, neemt zij deze beslissing
zonder verdere behandeling van dat verzoek of die vordering.

Artikel 509bb Tekst van de hele regeling

1.

Indien de vordering van het openbaar ministerie strekt tot
toepassing van artikel 38r van het Wetboek van Strafrecht,
wordt aan de veroordeelde, zo hij geen advocaat heeft, door
het bestuur van de raad voor rechtsbijstand op last van de
voorzitter een advocaat toegevoegd.

2.

De advocaat is bevoegd bij het onderzoek tegenwoordig te
zijn en van alle op de zaak betrekking hebbende stukken
kennis te nemen.

3.

De artikelen 38, 39, 41, tweede lid,

45 tot en met 49 en 50,
eerste lid
, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 509cc Tekst van de hele regeling

1.

Zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde en diens
advocaat zijn bevoegd getuigen en deskundigen te doen
dagvaarden of schriftelijk te doen oproepen. De voorzitter
kan voorts de dagvaarding of oproeping van getuigen en
deskundigen vanwege het openbaar ministerie bevelen. Andere
personen kunnen op zijn last door de griffier worden
uitgenodigd om bij het onderzoek tegenwoordig te zijn.

2.

De veroordeelde en de reclasseringswerker kunnen, voor de
aanvang van het onderzoek, ter griffie kennisnemen van de
stukken. Het bepaalde bij en krachtens artikel 32 is van
toepassing.

Artikel 509dd Tekst van de hele regeling

1.

De behandeling van de zaak door de raadkamer vindt in het
openbaar plaats.

2.

Het onderzoek geschiedt met overeenkomstige toepassing van
de artikelen

269 tot en met 272, 273, eerste en derde lid,

274 tot en met 281, 284, eerste lid,

286 tot en met 297,

299
tot en met 301,

309 tot en met 311, 315,

318 tot en met 322,
324,

328 tot en met 331, 345, eerste en derde lid, 346.

3.

Het openbaar ministerie en de veroordeelde zijn bevoegd,
hangende het onderzoek, wijziging te brengen in de vordering
of de conclusie, onderscheidenlijk het verzoek.

Artikel 509ee Tekst van de hele regeling

1.

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 38r van het
Wetboek van Strafrecht
, geeft de beslissing de bijzondere
redenen aan die hiertoe hebben geleid.

2.

De beslissing op een vordering of een verzoek tot toepassing
van artikel 38q van het Wetboek van Strafrecht is niet aan
enig gewoon rechtsmiddel onderworpen.

3.

De beslissing wordt onverwijld betekend aan de veroordeelde.
Bij de betekening van de beslissing inzake de toepassing van
de artikelen 38r en 38s wordt kennis gegeven
van het rechtsmiddel dat tegen de beslissing openstaat, en
de termijn waarbinnen het rechtsmiddel kan worden aangewend.

4.

Indien de beslissing een wijziging van de bijzondere
voorwaarden, bedoeld in artikel 38p, vierde lid, bevat,
wordt de beslissing aan de veroordeelde in persoon betekend.

5.

De beslissing, bedoeld in artikel 38q, onderdeel 2°, wordt
schriftelijk meegedeeld aan de instelling of deskundige.

6.

Indien de rechtbank de maatregel overeenkomstig artikel 38s,
derde lid
, beëindigt, blijft de maatregel van kracht zolang
de beslissing niet onherroepelijk is.

Artikel 509ff Tekst van de hele regeling

1.

Tegen de beslissing van de rechtbank inzake de toepassing
van de artikelen 38r en 38s kan het openbaar
ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening en de
veroordeelde binnen veertien dagen na betekening daarvan
beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

2.

De artikelen 409, eerste lid, 410, 449, eerste lid,

450 tot
en met 454, 455, eerste lid, en 509z, vierde en vijfde lid,
en

509aa tot en met 509dd zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 509gg Tekst van de hele regeling

1.

Het gerechtshof beslist zo spoedig mogelijk. Het bevestigt
de beslissing van de rechtbank of doet, met vernietiging
daarvan, wat de rechtbank had behoren te doen. Artikel
509ee, eerste lid
, is van overeenkomstige toepassing.

2.

De beslissing van het gerechtshof is niet aan enig gewoon
rechtsmiddel onderworpen.

A: Inleiding

De artikelen 509y Sv t/m 509gg Sv bevatten, naast een definitiebepaling (artikel 509y Sv), procesrechtelijke voorschriften voor rechtszaken betreffende de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. De materieelrechtelijke voorschriften van die maatregel zijn te vinden in de artikelen 38m t/m 38u Sr. Artikel 509z bevat regels voor de indiening van een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke maatregel en voor de indiening van een verzoek tot wijziging, aanvulling of opheffing van voorwaarden en bepaalt welk gerecht bevoegd is tot kennnisneming van de vordering of het verzoek. Artikel 509aa Sv betreft de dagbepaling en voorschriften aangaande het afwijzen van een verzoek tot tussentijdse toetsing zonder verdere behandeling. De artikelen 509bb Sv en 509cc Sv regelen de bijstand van een advocaat en het (doen) oproepen en horen van getuigen en deskundigen. Artikel 509dd Sv gaat over de behandeling van de vordering of het verzoek. Artikel 509ee Sv gaat over de beslissing daarop, de motivering en de betekening daarvan. Artikel 509ff Sv regelt het beroep tegen de beslissing van de rechtbank en artikel 509gg Sv bevat de voorschriften die voor de behandeling door het hof gelden.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Vordering of verzoek tot aanvullen, wijzigen of opheffen van voorwaarden en vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijke maatregel

Als een ISD-maatregel voorwaardelijk of onvoorwaardelijk is opgelegd kunnen er redenen zijn voor aanpassing. Een omzetting van een voorwaardelijke in een onvoorwaardelijke ISD-maatregel – eigenlijk: tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke maatregel – kan worden gevorderd door het Openbaar Ministerie. Aanvulling, wijziging of opheffing van voorwaarden kan worden gevorderd door het openbaar ministerie, worden verzocht door degene aan wie de maatregel is opgelegd, of diens raadsman. Daarnaast kan de rechter dit ambtshalve doen. De vordering van het openbaar ministerie moet op de voet van artikel 509z Sv lid 1 met redenen omkleed zijn. Datzelfde artikellid bepaalt dat wanneer sprake is van een verzoek van degene aan wie de maatregel is opgelegd, dit ter kennis gebracht wordt van het Openbaar Ministerie, dat vervolgens zo spoedig mogelijk een conclusie neemt. Voor het verzoek van degene aan wie de maatregel is opgelegd en voor de conclusie van het Openbaar Ministerie geldt het met redenen omkleed vereiste strikt genomen niet. Artikel 509z lid 4 Sv biedt echter de mogelijkheid om de vordering of het verzoek buiten verdere behandeling te laten. Daartoe zou aanleiding kunnen zijn als uit summiere kennisneming van de stukken geen gronden voor de vordering of het verzoek blijken.

C.2: Bevoegde rechtbank

De rechtbank die de ISD-maatregel in eerste aanleg heeft opgelegd, is exclusief bevoegd tot kennisneming van de vordering of het verzoek. Als de ISD-maatregel niet door de rechtbank maar door het hof is opgelegd, is toch de rechtbank bevoegd, zo volgt uit HR 18 november 2008, NJ 2009, 292. Als het verzoek bij de verkeerde rechtbank is ingediend wordt de zaak, op de voet van artikel 509z lid 3 Sv, verwezen naar de rechtbank die wel bevoegd is.

C.3: Tussentijdse beoordeling

Bij, maar ook na, het opleggen van de ISD-maatregel kan worden gevorderd en verzocht, en door de rechter bepaald, dat de noodzaak van de voortzetting van de ISD-maatregel tussentijds wordt beoordeeld. Voor een dergelijke beoordeling moet het openbaar ministerie inlichtingen verstrekken, waarbij gevoegd moet zijn een verklaring van de directeur van de inrichting over de stand van uitvoering van het verblijfsplan van de veroordeelde, zo volgt uit artikel 38s lid 1 Sr. Zodra die inlichtingen zijn ontvangen volgt een dagbepaling voor de behandeling van het verzoek of de vordering door de voorzitter van de rechtbank. De officier van justitie moet de veroordeelde daarvoor oproepen. Dat ligt slechts anders wanneer de rechtbank het verzoek of de vordering tot tussentijdse toetsing afwijst. Die beslissing kan zonder verdere behandeling worden genomen, zo volgt uit artikel 509aa lid 2 Sv. In de beslissing van rechtbank Midden-Nederland van 29 juli 2016 (ECLI:NL:RBMNE:2016:4589) was een tussentijdse beoordeling aan de orde. In die zaak verschilden de PI en de reclassering van mening over de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel. Daardoor had de behandeling onnodige vertraging opgelopen. Voortzetting van de maatregel was echter nodig omdat de veroordeelde de behandeling nog moest ondergaan en omdat de kans op herhaling als groot werd ingeschat.

Als het tot een behandeling komt, vindt die plaats in openbare raadkamer, zulks op de voet van artikel 509dd Sv. Op welke termijn de behandeling moet plaatsvinden is niet geregeld. De jurisprudentie inzake de redelijke termijn is hierop van toepassing.

C.4: Toevoegen raadsman

Voor de behandeling van de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel kan aan de veroordeelde een advocaat worden toegevoegd. Deze advocaat is op de voet van artikel 509bb lid 2 Sv bevoegd om kennis te nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken en het onderzoek bij te wonen.

C.5: Onderzoek van de zaak

Als het tot een behandeling komt, vindt die plaats in openbare raadkamer, zo schrijft artikel 509dd Sv voor. Via het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 269 Sv kunnen op de in lid 1 van dat artikel genoemde gronden, de deuren worden gesloten. Op welke termijn de behandeling moet plaatsvinden is niet geregeld. De jurisprudentie inzake de redelijke termijn is ook hier van toepassing. In geval van schending van de redelijke termijn gelden dezelfde soort correctiebeperkingen als in tbs-zaken, zo volgt uit Hof Arnhem 22 november 2011, ECLI:NL:GHAR:2011:BU6748. Dat betekent dat verkorting van de duur van de maatregel of beëindiging daarvan niet tot de mogelijkheden behoort.

Voor de zitting kunnen getuigen en deskundigen worden gedagvaard en opgeroepen. Het Openbaar Ministerie en de veroordeelde zijn daartoe bevoegd. De voorzitter (van de rechtbank) kan de dagvaarding daarvan door het Openbaar Ministerie bevelen en voorts de griffier andere personen laten uitnodigen om bij het onderzoek aanwezig te zijn.

Voor de behandeling kunnen de veroordeelde en de reclasseringswerker ter griffie kennis nemen van de stukken. Bij deze in artikel 509cc lid 2 Sv opgenomen regel wordt het bepaalde in artikel 32 Sv van toepassing verklaard. Dat betekent dat, ingeval van het onthouden van processtukken, de veroordeelde daartegen een bezwaarschrift kan indienen.

Op het onderzoek worden in artikel 509dd lid 2 Sv de gebruikelijke procesrechtelijke voorschriften van overeenkomstige toepassing verklaard. Het betreft onder andere de voorschriften inzake het meebrengen en horen van getuigen en deskundigen, bijstand van een tolk, het voordragen van de zaak en die inzake schorsing, hervatting en sluiting van het onderzoek. Artikel 509dd lid 3 Sv bepaalt dat de officier van justitie en de veroordeelde hangende het onderzoek wijzigingen kunnen aanbrengen in hun vordering, conclusie of verzoek. Daartoe zal, als de vordering een omzetting van een voorwaardelijke maatregel betreft, ook vallen een wijziging in de vorm van een intrekking.

C.6: Beslissing en betekening daarvan

Op welke termijn de rechtbank moet beslissen is evenmin geregeld. Ook hier zal op grond van de jurisprudentie inzake de redelijke termijn zo spoedig mogelijk beslist moeten worden. Artikel 509ee Sv geeft verschillende regels voor de verschillende typen vorderingen en verzoeken. Als besloten wordt een voorwaardelijke ISD-maatregel alsnog ten uitvoer te leggen, moet die beslissing de bijzondere redenen daarvoor bevatten. Daarbij moet met name worden gedacht aan overwegingen aangaande de betekenis van de niet nageleefde voorwaarde. Dergelijke motiveringsvoorschriften gelden niet voor beslissingen tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden. Beslissingen op vorderingen of verzoeken daartoe zijn bovendien niet aan enig gewoon rechtsmiddel onderwerpen, zo volgt uit artikel 509ee lid 2 Sv. Indien in een dergelijke beslissing een andere reclasseringsinstelling met het verlenen van hulp en steun bij naleving van de voorwaarden wordt belast, moet die beslissing worden betekend aan die instelling of deskundige.

Andere betekeningsvoorschriften zijn opgenomen in lid 3 en lid 4 van artikel 509ee Sv. Beslissingen moeten worden betekend aan de veroordeelde, en in geval van wijziging van de bijzondere voorwaarden, zelfs aan de veroordeelde in persoon. Als het gaat om een beslissing tot tenuitvoerlegging of een beslissing in het kader van een tussentijdse toetsing, moet daarin worden opgenomen welk rechtsmiddel daartegen kan worden ingesteld en binnen welke termijn. Uit artikel 509ff lid 1 Sv volgt dat het rechtsmiddel van beroep kan worden ingesteld bij hof Arnhem-Leeuwarden. In artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie is bepaald dat een dergelijk beroep wordt behandeld door een meervoudige kamer die daartoe wordt aangevuld met twee deskundige leden die geen rechterlijk ambtenaar zijn, ook wel raden genoemd: de penitentiaire kamer. De termijn bedraagt voor het Openbaar Ministerie veertien dagen na dagtekening van de beslissing en voor de veroordeelde veertien dagen na betekening daarvan.

C.7: Beroep

Op het beroep door de penitentiaire kamer worden in artikel 509ff lid 2 Sv verschillende strafvorderlijke bepalingen van overeenkomstige toepassing verklaard. Daarbij gaat het onder meer om de wijze van instellen van beroep, de inzending van de stukken door de rechtbank, het opstellen van een appelschriftuur houdende grieven en de mogelijkheid om het beroep buiten verdere behandeling te laten.

Evenals in tbs-zaken moet het hof zo spoedig mogelijk beslissen; daarvoor is geen wettelijke termijn bepaald. Het hof kan de beslissing van de rechtbank bevestigen of vernietigen, in welk geval het hof doet wat de rechtbank had moeten doen. Via het van overeenkomstige toepassing verklaarde artikel 509ee lid 1 Sv geldt in het kader van een bevel tot tenuitvoerlegging dat de beslissing de bijzondere redenen daarvoor moet bevatten. Voor alle overige beslissingen geldt dat motiveringsvoorschrift niet. Artikel 509gg lid 2 Sv bepaalt ten slotte dat de beslissing van het hof niet aan enig gewoon rechtsmiddel is onderworpen.

D: Jurisprudentie uitgebreid

HR 26 april 2011, RvdW 2011, 625, ECLI:NL:HR:2011:BP8800;

tegen de beslissing van de rechtbank inzake de toepassing van artikel 38s Sr is beroep in cassatie, gelet op artikel 509gg lid 2 Sv, niet mogelijk.

HR 18 november 2008, NJ 2009, 292, m.nt. P.A.M. Mevis, NbSr 2009/10, NJB 2008, 2190, RvdW 2008, 1068, ECLI:NL:HR:2008:BG1596;

een redelijke wetsuitleg van artikel 509z lid 2 Sv brengt met mee dat ten aanzien van een in hoger beroep opgelegde ISD-maatregel, de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf ter zake waarvan de ISD-maatregel is opgelegd, bevoegd is tot een tussentijdse beoordeling van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel.

Hof Arnhem-Leeuwarden, 3 september 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7200;

de rechtbank heeft ten onrechte geen afzonderlijke beslissing genomen op de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. De procedure als bedoeld in artikel 509ff Sv is daardoor niet gevolgd.

Hof Arnhem-Leeuwarden, 12 september 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:7060;

de veroordeelde is al voorafgaand aan de vorige tussentijdse beoordeling voortvluchtig, op grond van artikel 38t Sr loopt de maatregel niet gedurende de tijd dat de veroordeelde ongeoorloofd afwezig is. Naar het oordeel van het hof past, zolang de tenuitvoerlegging van de maatregel niet is hervat, een nieuwe tussentijdse beoordeling niet in het systeem van de wet.

Hof Arnhem 22 november 2011, JIN 2011/736, Prg. 2011/275, RAR 2011/149, ECLI:NL:GHARN:2011:BU6748;

verzoek om tussentijdse beoordeling op grond van artikel 38s lid 2 Sr ten onrechte door rechtbank doorgestuurd naar ressortsparket en door advocaat-generaal afgehandeld. Hof volstaat met vaststelling van schending van artikel 5 lid 4 EVRM, nu ISD-maatregel zich naar zijn aard niet leent voor een sanctionering bestaande in een beperking van de maatregel.

Hof Arnhem, 8 oktober 2008, NJFS 2009, 76 ECLI:NL:GHARN:2008:BG1945;

artikel 509dd Sv bepaalt dat behandeling van een op artikel 38r Sr gebaseerde vordering in raadkamer in het openbaar dient plaats te vinden. Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of, en zo ja welke, consequenties, dienen te worden verbonden aan het feit dat de behandeling ter terechtzitting in plaats van in openbare raadkamer heeft plaatsgevonden. Door of namens betrokkene is niet aangevoerd dat en in welke belangen hij daardoor is geschaad en dat is ook niet gebleken. Nu recht is gedaan is aan de ratio van de in Sv voorgeschreven regeling, dient de door de raadsman bepleite nietigverklaring van de behandeling van de rechtbank achterwege te blijven.

Hof Arnhem, 26 februari 2008, NJFS 2008, 146;

met de rechter in artikel 38s Sr die oordeelt over tussentijdse toetsing van de ISD, wordt gedoeld op de rechter die in eerste aanleg kennis heeftgenomen van het misdrijf waarvoor de ISD-maatregel is opgelegd.

Hof Leeuwarden, 20 november 2007, NJ 2008, 633, NJFS 2008, 71, ECLI:NL:GHLEE:2007:BB8470;

uitsluitend de rechtbank die in eerste aanleg kennis heeft genomen van het misdrijf waarvoor de ISD-maatregel is opgelegd, is bevoegd over de voortgang van die maatregel te beslissen.

Hof Arnhem, 1 oktober 2007, NJ 2007, 590, NJFS 2007, 273, ECLI:NL:GHARN:2007:BB4547;

tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel geschiedt door de rechter die de maatregel heeft opgelegd. Als dit een gerechtshof is geweest, staat tegen die beslissing geen beroep open op de penitentiaire kamer van Hof Arnhem.

Hof Leeuwarden, 29 september 2006, NbSr 2007/53, ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ8301;

in hetzelfde vonnis kan niet zowel een beslissing in de hoofdzaak als een beslissing op de vordering tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke ISD-maatregel worden gegeven, nu behandeling van de tenuitvoerlegging door de raadkamer plaatsvindt.

Rechtbank Midden-Nederland 23 december 2013, ECLI:NL:RBMNE:2013:7505;

het ontbreken van een geschikte behandeling staat niet aan voortzetting van ISD in de weg.

E: Jurisprudentie nieuw

Meest recente jurisprudentie over Wetboek van Strafvordering artikel 509y; artikel 509z; artikel 509aa; artikel 509bb; artikel 509cc; artikel 509dd; artikel 509ee; artikel 509ff; artikel 509gg.

F: Literatuurverwijzing

  • Cleiren, C.P.M., J.H. Crijns en M.J.M. Verpalen (red.), Tekst en commentaar: Strafrecht, Deventer: Kluwer 2016
  • Cleiren, C.P.M., J.H. Crijns en M.J.M. Verpalen (red.), Tekst en commentaar: Strafvordering, Deventer: Kluwer 2015
  • Struik, S., De ISD in perspectief Een studie naar de ISD-maatregel in het licht van het Nederlands strafrechtelijk sanctiestelsel ter bestrijding van recidive en criminele overlast, Nijmegen: Wolf Legal 2011
  • Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers (in het bijzonder de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatge daders), Stcrt. 2013, 35061.
  • Ven, A.H.L. van de, ‘Wijzigingen strafvorderingsbeleid ISD-maatregel’, TPWS 2014/13.