ECLI:NL:OGHACMB:2015:93 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 09-10-2015 / AR 14/2013 - ghis 72290 - H 73/2015

Uitspraak

Burgerlijke zaken over 2015 Vonnis no.:

Registratienummer: AR 14/2013 - ghis 72290 - H 73/2015

Uitspraak: 9 oktober 2015

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de rechtspersoon naar vreemd recht

[APPELLANTE],

gevestigd op Anguilla,

oorspronkelijk gedaagde,

thans appellante,

gemachtigde: mr. B. Brooks,

tegen

[GEÏNTIMEERDE],

wonende in Sint Maarten,

oorspronkelijk eiseres,

thans geïntimeerde,

gemachtigden: mrs. J. Veen en A.J. Engelsma.

De partijen worden hierna [appellante] en [geïntimeerde] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

Bij vonnis van 5 juni 2015 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akte uitlating griffierecht aan de zijde van [appellante]. [appellante] heeft een akte uitlating griffierecht ingediend. Vonnis is gevraagd en bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1

Blijkens het vonnis van 5 juni 2015 is er een bedrag van NAf 4.440,00 aan griffierecht nageheven. Daarbij is [appellante] een betalingstermijn gegund van zes weken, die verstreek op 17 juli 2015. In het vonnis van 5 juni 2015 is overwogen dat indien het nageheven bedrag niet tijdig zou worden betaald, dat in beginsel zou leiden tot vervallenverklaring van het hoger beroep.

2.2

Het nageheven bedrag is op 27 juli 2015 betaald. Dat is tien dagen te laat.

De (gestelde) omstandigheden dat de "eigenaar" van [appellante] in het buitenland woont en het enige tijd heeft gekost om het geld op Sint Maarten te krijgen, zijn onvoldoende om een uitzondering te rechtvaardigen op het beginsel dat niet-tijdige betaling leidt tot vervallenverklaring van het beroep. Gelet op die uitkomst zal [appellante] worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.

B E S L I S S I N G

Het Hof:

verklaart het hoger beroep vervallen;

veroordeelt [appellante] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] gevallen en tot op heden begroot op NAf 249,50 aan verschotten en NAf 15.000,00 aan salaris voor de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mrs. J. de Boer, G.C.C. Lewin en S. Verheijen, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao,

Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten uitgesproken op 9 oktober 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.