ECLI:NL:RBZWB:2017:3048 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-05-2017 / C/02/329195 / KG ZA 17-219

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

locatie Breda

Cluster II Handelszaken

zaaknummer / rolnummer: C/02/329195 / KG ZA 17-219

Vonnis in kort geding van 18 mei 2017

in de zaak van


[eiser]
,

wonende te [plaatsnaam] ,

eiser,

advocaat mr. P.C. Schouten te Breda,

tegen

de stichting

AMARANT ZORGGROEP,

gevestigd te Tilburg,

verweerster,

advocaat mr. S.E. Garvelink te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiser] en Amarant genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

de dagvaarding met producties 1 t/m 11;

-

de vrijwillige verschijning van partijen;

-

de brief van mr. Garvelink van 10 april 2017 met producties 1 t/m 15, alsmede de daarbij gegeven toelichting op producties;

-

de door [eiser] overgelegde producties 12 en 13;

-

de mondelinge behandeling;

-

de pleitnota van [eiser] ;

-

de pleitnota van Amarant.

1.2.

De zaak is vervolgens pro forma aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen.

1.3.

Uit de emailberichten van de advocaten van partijen aan de griffie van de rechtbank op 9 mei 2017 is gebleken dat zij daarin niet zijn geslaagd, waarna vonnis is bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eiser] vordert als voorlopige voorziening:

I Amarant te gebieden:

i in te stemmen met de benoeming van een door beide partijen in constructief overleg en goede overeenstemming aan te wijzen gerenommeerde revalidatiearts als onafhankelijke deskundige met de opdracht binnen drie weken na het in deze te wijzen vonnis een voor beide partijen bindend advies te geven over de mogelijk- heid of de Tolbrugstate een passend zorgconcept kan bieden voor zijn zorgvraag, welke (personele) voorzieningen daarvoor dienen te worden getroffen en of deze voorzieningen kunnen worden getroffen binnen het budget dat het Zorgkantoor beschikbaar wenst te stellen voor het geschikt maken van een appartement in de Tolbrugstate voor zijn bewoning, dan wel een alternatieve woonvorm, anders dan die in het Elisabeth Thebe- Geeracker , het St. Elisabeth Zorgcentrum of Amarant Tilburg Bredaseweg, aan te wijzen die voor hem geschikt is;

ii de kosten van de tijdsbesteding voor deze onafhankelijke deskundige te vergoeden;

iii een van de beschikbare appartementen in de Tolburgstate te reserveren voor zijn huisvesting tot de onafhankelijke deskundige het in punt I, sub i, geboden bindende advies heeft uitgebracht ;

iv hem in het bezit te stellen van alle schriftelijke onderzoeksgegevens die Amarant heeft opgesteld en vergaard op grond waarvan Elisabeth Thebe- Geeracker te Goirle als enige geschikte woonvorm werd aangewezen en de Tolbrugstate werd afgewezen;

II primair

Amarant te verbieden met onmiddelijke ingang van het in deze te wijzen vonnis, of zoveel korter als de voorzieningenrechter meent te behoren:

v bewoners van de woonvorm gelegen aan de [adres B] naar de locatie de [adres C] te verhuizen, totdat de onafhankelijke deskundige een bindend advies heeft uitgebracht;

vi een aanvang te maken met de sloop van de woonlocatie aan de [adres B] , totdat de onafhankelijke deskundige een bindend advies heeft uitgebracht;

subsidiair

Amarant een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen ordemaatregel op te leggen;

III primair

Amarant te veroordelen tot het betalen van een dwangsom van € 1.000,= per overtreding van het in het petitum bepaalde, met een maximum van € 50.000,=, te voldoen aan [eiser] binnen 72 uur nadat deze overtreding aan Amarant per aangetekend schrijven bekend is gemaakt;

subsidiair

Amarant te veroordelen tot het betalen van een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;

IV althans een beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

V Amarant te veroordelen in de proceskosten.

2.2.

Amarant voert verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Tussen partijen staat het navolgende vast.

a. [eiser] is een veertigjarige man met de progressieve spierziekte Duchenne. Hij is lichamelijk gehandicapt en aangewezen op permanente invasieve ademhalingsondersteuning. Daarnaast heeft hij morbide obesitas en ernstige hartproblemen.

b. Sinds 21 juli 1996 verblijft [eiser] semimuraal in een woonvoorziening aan de [adres B] te [plaatsnaam] (hierna: de woonvoorziening) waar hem verpleging, persoonlijke verzorging en sociale begeleiding worden verleend, aanvankelijk door NSWAC en - na fusie - vanaf 1 januari 2014 door Amarant/Pauwer.

c. Amarant is een instelling die zorg biedt aan mensen met een beperking. Onderdeel van Amarant is Pauwer, zijnde een instelling voor persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en behandeling als bedoeld in het Uitvoeringsbesluit Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi). Pauwer richt zich met name op cliënten met een niet aangeboren hersenletsel (NAH) en Lichamelijke Handicaps. (LG)

d. In de woongroep waarin [eiser] verblijft zijn 27 verblijfplaatsen. Momenteel verblijven er in de woongroep voornamelijk personen met NAH. [eiser] heeft in de woonvoorziening de beschikking over een eigen kamer van 32 m2 meter.

e. Tussen [eiser] en Amarant is een overeenkomst Zorg en Dienstverlening gesloten (hierna: de Overeenkomst).

f. De woonvoorziening staat op de nominatie om te worden gesloopt, zodat ter plaatse een nieuwbouw kan worden gerealiseerd die voldoet aan de geldende normen. [eiser] is in november/december 2015 betrokken bij de nieuwbouwplannen in de projectgroep Nieuwbouw. De bewoners van de woonvoorziening is bij brief van 8 april 2016 bericht dat zij tijdelijk dienen te verhuizen naar woonzorgcentrum [adres C] van stichting Elisabeth aan de Brigidastraat te Breda.

g. Op 21 juni 2016 is door de zorgbemiddelaar van CZ een woonwens-onderzoek verricht.

h. [eiser] heeft naar aanleiding daarvan bij brief van 21 juni 2016 te kennen gegeven dat de locatie [adres C] voor hem niet geschikt is. Hij heeft daarbij aangegeven dat de woonruimte voor hem te klein is en dat hij verwacht in een sociaal isolement te geraken omdat het merendeel van zijn activiteiten en contacten plaatsvinden in het centrum van [plaatsnaam] . Hij noemt Tolbrugstate in [plaatsnaam] als een mogelijkheid.

i. Op 13 juli, 27 juli, 3 augustus en 10 augustus 2016 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen Amarant en (de familie van) [eiser] . In het gesprek van 3 augustus 2016 is aan [eiser] te kennen gegeven dat de optie [adres C] voor hem is vervallen als tijdelijke vervanging van woonruimte en dat wordt bekeken wat de mogelijkheden rondom “ De Tolbrug ” kunnen zijn. Door Amarant is [naam A] als casemanager benoemd.

j. Vervolgens heeft tussen Amarant en (de familie van) [eiser] overleg plaatsgevonden op 10 augustus en 17 oktober 2016.

k. Op 29 oktober 2016 heeft een overleg plaatsgevonden tussen [naam A] voornoemd en [naam B] , lid van de Raad van Bestuur van Stichting Elisabeth Breda om te onderzoeken of het beademingsteam van Stichting Elisabeth Breda in een vorm van onderaannemerschap de beademing van [eiser] zou willen uitvoeren, indien hij op de Tolbrugstate woonachtig zou zijn. Op 31 oktober 2016 heeft de Stichting Elisabeth Breda deze variant afgewezen, met name omdat de op basis van de veldnorm geldende tijdsnorm (binnen 1 minuut het beademingsteam ter plaatse in geval van complicaties) niet haalbaar is.

l. Tussen Amarant, [eiser] en zijn vader heeft op 22 november 2016 overleg plaatsgevonden.

m. In een overleg op 27 december 2016 heeft Amarant aan [eiser] voorgesteld om objectief vast te stellen wat in zijn geval verantwoorde zorg inhoudt en daartoe de expertise in te winnen bij het centrum voor thuisbeademing in Utrecht. [eiser] heeft geweigerd daaraan mee te werken.

n. Op 1 februari 2017 heeft een “breed zorg beraad” door Amarant/Pauwer plaatsgevonden met betrekking tot [eiser] . Het breed zorg beraad heeft daarin het standpunt ingenomen dat het leveren van verantwoorde zorg aan [eiser] door Pauwer niet langer geleverd kan worden, gelet op diens hoog complexe zorgvraag.

o. Op 13 februari 2017 heeft Amarant in een gesprek met [eiser] voormeld standpunt medegedeeld en heeft zij hem laten weten dat zij in contact is met Geeracker in Goirle waar een woning vrij is voor een cliënt met invasieve ademhalingsondersteuning. [eiser] heeft aangegeven dat Geeracker voor hem niet bespreekbaar is.

p. [eiser] heeft op 24 februari 2017 bij Amarant een klacht ingediend.

q. Nadat hierop door Amarant op 3 februari 2017 schriftelijk is gereageerd heeft op 6 maart 2017 een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] , zijn ouders, zijn advocaat, [naam A] en de advocaat van Amarant.

r. In het kader van een door [eiser] tegen Amarant aangespannen klachtenprocedure heeft op 6 maart 2017 een gesprek plaatsgevonden tussen partijen. [eiser] heeft in dit gesprek verzocht om een onafhankelijk deskundige aan te stellen in de persoon van een gerenommeerd revalidatiearts die kan beoordelen en (bindend) adviseren of de Tolbrugstate al dan niet een passend zorgconcept voor zijn zorgvraag kan geven, dan wel welke andere voor hem geschikte woonvorm in de regio vrij zou zijn of zou kunnen komen.

s. Op 9 maart 2017 heeft [eiser] Amarant laten weten dat hij niet geïnteresseerd is in haar aanbod bij Stichting Elisabeth te Breda.

t. Bij brief van 28 maart 2017 heeft Amarant aan [eiser] bericht dat zij van haar kant de wensen van [eiser] graag wenst te respecteren, maar dat zij daarbij tegen grenzen aanloopt. Zij kan [eiser] in de huidige woonvorm niet de zorg bieden die hij nu en de komende tijd nodig zal hebben, op een wijze die verantwoord en werkbaar is voor hem en het personeel. De intensieve zorg die [eiser] nodig heeft kan door haar alleen geboden worden op haar locaties aan de Bredaseweg in Tilburg en op de twee eerder aangegeven externe plaatsen te Goirle en Breda. Amarant heeft [eiser] te kennen gegeven dat indien hij niet bereid is een keuze te maken voor een van de geboden locaties, zij zich mogelijk genoodzaakt ziet tot het opzeggen van de Overeenkomst.

u. Op 30 maart 2017 heeft [eiser] Amarant nogmaals verzocht in te stemmen met het benoemen van een onafhankelijke deskundige. Amarant heeft gepersisteerd bij haar standpunt.

v. Amarant heeft ten behoeve van [eiser] opties genomen op vrijgekomen plaatsen bij Geeracker te Goirle en bij het Stichting Elisabeth te Breda, aanvankelijk tot 14 april 2017. Zij heeft voormelde opties verlengd. De kosten voor het vrijhouden van een woonvoorziening ten behoeve van [eiser] bedragen omstreeks € 500,= per dag per gereserveerde plaats. Deze kosten worden door Amarant voor haar rekening genomen.

w. De verhuizing van de eerste groep bewoners van de woonvoorziening [adres B]

stond gepland medio april 2017. De verhuizing van de tweede groep bewoners (waartoe [eiser] behoort) is medio mei 2017 gepland.

3.2.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat Amarant in strijd handelt met de Overeenkomst, meer speciaal artikelen 1 sub 8, 2 en 6 door:

(A) hem geen zorg te bieden overeenkomstig de eisen van de goede zorgverlening en de geldende normen van professionaliteit, kwaliteit en wetenschap;

(B) niet of nauwelijks met hem te overleggen, en niet jaarlijks het Zorgplan te evalueren;

(C) hem niet tijdig te informeren en te consulteren;

(D) hem zonder overleg over te plaatsen/te verhuizen binnen de locatie van Pauwer.

Voorts stelt [eiser] dat Amarant in strijd handelt met artikelen 2 en 3 van de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) door hem geen zorg van goede kwaliteit te bieden die is afgestemd op zijn reële behoefte.

Amarant handelt in strijd handelt met haar verplichting hem zorg te verlenen die niet tot schade of aanmerkelijke kans van schade voor zijn gezondheid, waaronder geestelijke gezondheid, kan leiden.

Ten slotte stelt [eiser] dat Amarant in strijd handelt met artikel 22 sub 2 van haar Algemene Voorwaarden, waarin is bepaald dat ongewenste overplaatsingen enkel tot stand komen bij zwaarwichtige redenen, dat de noodzakelijke zorgvuldigheid in acht wordt genomen en dat er zoveel als mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van cliënt, waarbij de cliënt van tevoren wordt geïnformeerd over de overplaatsing en in de gelegenheid wordt gesteld kennis te maken met de nieuwe locatie.

3.3.

[eiser] voert ter onderbouwing van zijn standpunt het navolgende aan.

Amarant heeft hem vanaf april 2016 in het ongewisse gelaten over zijn huisvesting en zij heeft geen concrete voorstellen gedaan die aansluiten op zijn zorgbehoefte. Hij werd niet betrokken bij (een) onderzoek(en) naar een voor hem geschikte woonvorm. Derhalve is er geen sprake van een “shared decision making” proces, zoals dat in de langdurige verpleging met intellectueel en sociaal goed functionerende bewoners dient te worden gevolgd. Voor het “breed beraad” was hij niet uitgenodigd en er is ook geen onafhankelijk deskundige om advies gevraagd, zodat de zorgvraag, de zorgbehoefte en de beoordeling van een daarop aansluitende woonvorm niet is geobjectiveerd.

De door Amarant geboden opties zijn geen redelijk alternatief. De woonvoorziening Geeracker te Goirle is voor hem niet geschikt, omdat hij dan uit zijn sociale omgeving in [plaatsnaam] wordt gehaald. De woonvoorziening Stichting Elisabeth te Breda is voor hem niet geschikt omdat de aangeboden kamer (18m2) te klein is, gelet op de manoeuvreerruimte van zijn grote en geavanceerde rolstoel. Daar komt bij dat hij sinds 21 jaar een kamer heeft van 35m2. De locatie van Amarant aan de Bredaseweg te Tilburg is voor hem niet geschikt

omdat op deze locatie alleen verstandelijk gehandicapten worden gehuisvest.

Een woon-unit van Amarant in de Tolbrugstate is daarentegen wel geschikt. Dat in deze woonvorm niet de zorg kan worden aangeboden die hij nodig heeft, zoals door Amarant is betoogd, wordt door hem betwist. Zijn verpleegkundige zorgbehoefte is in de afgelopen jaren niet substantieel zwaarder geworden. Er is geschoold zorgpersoneel aanwezig en het is mogelijk -in overleg met het zorgkantoor- om tot overeenstemming over de kosten te komen, aanvullende voorzieningen aan te brengen en extra personeel aan te stellen, waardoor hem wel kwalitatief optimale zorg kan worden verleend en in de noodzakelijke aanlooptijd (na falen van de invasieve beademing) kan worden voorzien. De locatie ligt in de nabijheid van zijn huidige woonvoorziening, zodat hij in zijn sociale omgeving kan blijven, hetgeen voor hem gelet op zijn levensverwachting, van groot belang is. Bovendien wordt er zorg verleend aan cliënten waarbij hij zich zou thuis voelen. Nu er voor hem een geschikte woonvoorziening voorhanden is, zijn er geen zwaarwichtige redenen om hem naar een van de door Amarant aangedragen opties over te plaatsen. Er is geen sprake geweest van overleg. [eiser] voelt zich door de handelwijze van Amarant voor het blok gezet, hetgeen door hem wordt wat hij ervaren als “slikken of stikken”.

[eiser] is dan ook van mening dat een onafhankelijk deskundige (revalidatiearts) dient te beoordelen (middels een bindend advies) of de Tolbrugstate al dan niet een passend zorgconcept voor zijn zorgvraag kan bieden. Indien daar inmiddels geen woon-units meer beschikbaar zijn, dient deze deskundige te adviseren welke andere geschikte woonvormen in Breda voor [eiser] vrij zijn of zouden kunnen komen. Zolang deze deskundige geen (bindend) advies heeft uitgebracht dient Amarant verboden te worden een aanvang te nemen met de sloop van de woonvoorziening en de bewoners van de woonvoorziening te verhuizen. Ter terechtzitting heeft [eiser] verklaard dat zijn vordering II sub v aldus dient te worden begrepen dat deze vordering alleen ziet op bewoners van de groep, waartoe hij behoort.

3.4.

Amarant stelt zich op het standpunt dat de zorgvraag bepalend is voor de vraag welke woning aan [eiser] kan worden aangeboden. Er heeft in dat kader regelmatig overleg tussen partijen plaatsgevonden. Door het aanbod dat Amarant aan [eiser] heeft gedaan waarbij hem een zeer ruime bedenktijd is gegund (ten tijde van de behandeling van dit kort geding twee maanden) heeft zij gedaan wat in deze situatie redelijkerwijs van haar kon worden gevergd. Zij heeft daarbij aan alle voorwaarden in artikel 22 van haar Algemene Voorwaarden voldaan. Zij heeft niet gehandeld in strijd met de artikelen 1 sub 8, 2 en 6 van de Overeenkomst, en evenmin met artikel 2 Wkkgz.

Amarant stelt dat [eiser] op grond van een Wlz-indicatie en de Overeenkomst recht heeft op een goede en verantwoorde zorg op een volwaardige Wlz-plaats, maar niet op een bepaald appartement in het centrum van Breda . Amarant is een zorginstelling en bekijkt de situatie van [eiser] in de eerste plaats vanuit veiligheid en kwaliteit van zorg. Wat bij een bepaald ziektebeeld verantwoorde zorg is ligt vast in professionele standaarden (veldnorm) waar hulpverleners zich aan hebben te houden. Het is de professional die beoordeelt of en waar de benodigde zorg geboden kan worden. Binnen die kaders wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van de cliënt. Een full score op al de wensen van [eiser] (een appartement, tenminste net zo groot als zijn huidige woning, met medebewoners in dezelfde leeftijd (bij voorkeur niet of niet uitsluitend verstandelijk gehandicapt), in of nabij het oude centrum van Breda ) is niet mogelijk want een dergelijke woonvoorziening wordt voor iemand met zijn problematiek niet aangeboden. Het zorgconcept van Tolburgstate is niet berekend op cliënten met Duchenne in een gevorderd stadium. Zo is er geen wakende wacht die zou kunnen helpen in geval van een probleem met de beademing. Bovendien is bij patiënten met een verhoogd risico de nabijheid van specialistische zorg (een beademingsteam) dringend gewenst. Het ziektebeeld van [eiser] is progressief. [eiser] heeft zwaardere zorg nodig dan hij in zijn huidige woonvorm krijgt aangeboden. [eiser] wil hiervan evenwel niets weten en vindt dat de begeleiders hem zoveel mogelijk op de oude manier moeten blijven verzorgen. Van opschalen van de zorg wil hij niets weten en de deskundigheid van Amarant wordt in twijfel getrokken. Het is voor begeleiders bijzonder zwaar om hem goed te blijven verzorgen. Amarant heeft [eiser] een voorstel gedaan om zijn zorgvraag te laten objectiveren door een deskundige van het Centrum voor Thuisbeademing, hetgeen hij heeft afgehouden. Amarant heeft vervolgens zelf een professionele afweging moeten maken of Amarant op dezelfde voet door kon gaan met zorgverlening, wat volgens haar niet het geval is. Door het verschil van inzicht over de zwaarte van de problematiek van [eiser] lukt het niet om tot overeenstemming te komen over het zorg- en begeleidingsplan en over de plaats waar hij zou moeten wonen.

Buiten de Tolbrugstate is voor [eiser] niets bespreekbaar. Amarant heeft onderzocht of er voor [eiser] een uitzondering kon worden gemaakt voor een plaats in Tolbrugstate , waarbij is bekeken of het team van de nabij gelegen Stichting Elisabeth Stichting de beademingszorg zou kunnen leveren. Dit bleek om redenen van veiligheid en kwaliteit echter niet mogelijk. Zij heeft dit geruime tijd geleden aan [eiser] kenbaar gemaakt. Het heeft derhalve geen zin dat zij [eiser] informeert over het vrijkomen van een appartement in Tolburgstate en/of ten behoeve van hem daar een plaats reserveert, nog daargelaten dat zij daartoe juridisch niet gehouden is. [eiser] kan geen claim leggen op een appartement dat hem niet is toegezegd en waarvoor hij niet op de wachtlijst staat.

Ten slotte wijst Amarant wijst er op dat zij voor het reserveren en aanhouden van plaatsen bij woonvoorzieningen afhankelijk is van de bereidwilligheid van andere instellingen en dat de markt voor Wlz-plaatsen krap is. Aangezien een optie maar enkele dagen kan worden genomen dient door haar compensatie te worden betaald voor langere reservering.

3.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat de sloop/renovatie van de woonvoorziening aan de [adres B] een zwaarwichtige reden is voor overplaatsing.

3.6.

De voorzieningenrechter stelt vast, dat in de Overeenkomst geen enkele bepaling is gewijd aan de locatie waar de zorg en de begeleiding aan [eiser] verleend wordt. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) bevat geen bepalingen met betrekking tot overplaatsing of verhuizing.

3.7.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de zorg niet locatie- maar persoonsgebonden is. Onder de huidige wetgeving is de zorgvraag leidend voor de plaats waar de cliënt woont.

3.8.

Een besluit tot overplaatsing moet zorgvuldig worden genomen. Daarbij moeten de van belang zijnde feiten en omstandigheden worden vastgesteld en moeten ook overigens de belangen van de betrokkene in aanmerking worden genomen. De vraag die voorligt is of Amarant aan deze norm heeft voldaan.

3.9.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter dient deze vraag bevestigend te worden beantwoord. Amarant heeft voldoende onderzocht of de woonvoorziening Tolbrugstate voor [eiser] geschikt zou zijn en zij heeft in redelijkheid kunnen oordelen dat dit niet het geval is. De 13 appartementen van Tolbrugstate zijn bestemd voor cliënten met hersenletsel in een reïntegratietraject die lichamelijk licht of matig beperkt zijn. Als zwaar lichamelijk beperkte met een risico op acute complicaties zou [eiser] daar een heel afwijkend beeld laten zien. Er is geen wakende wacht die zou kunnen helpen in geval van een probleem met de beademing. Amarant heeft onderzocht of zij daartoe gebruik zou kunnen maken van het beademingsteam van de nabijgelegen Stichting Elisabeth Breda, hetgeen niet mogelijk blijkt te zijn. Amarant heeft in het kader van haar onderzoek voorts andere hulpverleners geconsulteerd, waaronder centrum voor thuisbeademing en Stichting Siza.

Van Amarant kan in redelijkheid niet gevergd worden dat zij op Tolbrugstate zelf ten behoeve van één cliënt een infrastructuur realiseert met onder andere een 24-uurs wakende wacht. Partijen verschillen weliswaar van mening over de zwaarte van de problematiek van [eiser] , maar hierbij dient aangetekend te worden dat [eiser] het aanbod van Amarant om deze door een onafhankelijk deskundige te laten vaststellen heeft afgewezen. Bovendien lijdt [eiser] aan een ziekte met een progressief ziektebeeld, waarbij het in de lijn der verwachting ligt dat zijn situatie de komende jaren zal verslechteren. Mogelijkheden om in de Tolbrugstate de zorg op te schalen zijn er volgens Amarant niet. [eiser] heeft dit niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken. Uit niets is gebleken dat Amarant de noodgedwongen verhuizing aanwendt om van een lastige en dure patiënt af te komen, zoals [eiser] heeft gesteld.

3.10.

Amarant heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter zich voldoende ingespannen om zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van [eiser] . Met betrekking tot zijn bezwaar ten aanzien van de woonvoorziening Geerackers (sociaal isolement) heeft zij zich bereid verklaard om een pendeldienst naar/van Breda te regelen. Daarnaast bestaat volgens Amarant ook de mogelijkheid dat [eiser] tijdelijk naar deze woonvoorziening komt en dat men daarna bekijkt welke woonvoorziening meer geschikt is voor permanente bewoning.

Daar komt bij dat blijkens het faxbericht van 9 mei 2017 Amarant met betrekking tot de locatie bij Stichting Elisabeth te Breda [eiser] heeft aangeboden dat hij de beschikking zou krijgen over een tweede Wlz-plaats, naast de reeds geboden plaats, waardoor hij in totaal de beschikking krijgt over 36m2. Stichting Elisabeth kan echter niet exact aangeven wanneer deze tweede kamer zou vrijvallen, maar verwachtte dat dit op korte termijn zou zijn.

3.11.

De voorzieningenrechter is voorts van oordeel dat, gelet op de feiten zoals weergegeven onder 3.2. sub f, h. i. k. l en n, niet aannemelijk is geworden dat Amarant onvoldoende met [eiser] heeft overlegd en hem onvoldoende heeft geïnformeerd.

3.12.

Evenmin is aannemelijk geworden dat Amarant [eiser] onder druk heeft gezet om snel te beslissen. Amarant heeft [eiser] aanvankelijk weliswaar een termijn gegeven van 5 dagen om van een door haar geboden optie gebruik te maken, maar dit had te maken met het kosteloos reserveren van een plaats. Zij heeft de optietermijn nadien ver-lengd (tot minstens twee maanden) en de kosten van de reserveringen (circa € 1.000,= per dag) voor haar rekening genomen. [eiser] is in de gelegenheid gesteld om de door Amarant aangeboden woonvoorzieningen te bezoeken.

3.13.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de vorderingen I sub i, ii en iii worden afgewezen.

Hieruit vloeit voort dat vordering II primair onder v en vi eveneens worden afgewezen. Bovendien ziet vordering v mede op derden die geen partij zijn in dit kort geding, zodat deze vordering ook daarom niet toewijsbaar is. Voor het opleggen van de subsidiair gevorderde - door de voorzieningenrechter te bepalen - ordemaatregel bestaat geen aanleiding.

3.14.

Ten aanzien van vordering I sub iv heeft [eiser] gesteld dat hij, ondanks verzoeken daartoe, van Amarant geen kopieën heeft ontvangen van de schriftelijk vastgelegde onderzoeksbevindingen waarop zij haar beslissing over het reserveren van de andere twee opties heeft gebaseerd. Dit is in strijd met de Overeenkomst alsmede in strijd met artikel 7 lid 1 van de Algemene Voorwaarden van Amarant. Op grond van artikel 843a Rv dient Amarant hem te overleggen

a. a) een afschrift van het schriftelijk onderzoeksrapport

b) een afschrift van het verslag van de toetsing van de commissie ten behoeve van het breed beraad.

c) indien afwijkend van b): een afschrift van het schriftelijk verslag van de toets die in januari 2016 is uitgevoerd

d) alle stukken waaruit blijkt dat de toezegging van het vergeven van de vrijkomende woonvoorziening in de Tolbrugstate aan een derde heeft plaatsgevonden vóórdat [eiser] heeft verzocht deze voor hem te reserveren.

3.15.

Amarant heeft gesteld dat zij zich niet heeft beroepen op andere schriftelijke onderzoeksgegevens dan die in het kader van deze procedure zijn ingebracht.

3.16.

De voorzieningenrechter wijst de vordering af. Door [eiser] is niet aangegeven welk rechtmatig (direct en concreet) belang hij heeft bij de afgifte van deze stukken. Voor wat betreft de onder d) genoemde stukken heeft [eiser] gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen belang.

3.17.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van Amarant worden begroot op:

- griffierecht € 618,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.434,00

3.18.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Amarant tot op heden begroot op € 1.434,00,

4.3.

veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiser] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak;

4.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Verhagen-Coopmans, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2017 in tegenwoordigheid van mr. Van de Kar, griffier.