HvJ EG 24-01-2002 (Temco/GMC), JAR 2002, 47


Overgang onderneming.

Zie voor de complete uitspraak JAR 2002, 47.

Volkswagen heeft BMV opdracht gegeven tot de schoonmaak van een aantal industriële installaties. BMV gaf de schoonmaakwerkzaamheden in onderaanneming aan haar dochtermaatschappij GMC. Met ingang van 9 januari 1995 heeft Volkswagen de schoonmaakwerkzaamheden aan Temco opgedragen. GMC, die op dat ogenblik alleen voor Volkswagen werkte, heeft al haar personeel ontslagen, met uitzondering van de vier werknemers die partij zijn in dit geding, omdat zij beschermde werknemers in de zin van de toepasselijke CAO zijn. Overeenkomstig deze CAO, die de overnemer van schoonmaakwerkzaamheden verplicht 75% van het personeel van zijn voorganger over te nemen, heeft Temco een deel van het personeel van GMC weer in dienst genomen. GMC heeft getracht de vier werknemers te ontslaan, hetgeen niet is gelukt, en heeft hun loonbetaling gestaakt. De werknemers hebben daarop BMV, GMC en Temco gedagvaard. De rechtbank te Brussel heeft geoordeeld dat de vier werknemers krachtens overgang van onderneming bij Temco in dienst zijn gekomen. Het Arbeidshof stelt in hoger beroep vragen aan het Europees Hof van Justitie. Het Europees Hof stelt vast dat de vragen betrekking hebben op het voorwerp dat is overgedragen en het contractuele karakter van de overgang. Ten aanzien van het eerste punt overweegt het Europees Hof dat in de schoonmaaksector een georganiseerd geheel van werknemers dat speciaal en duurzaam met een gemeenschappelijke taak zijn belast, als economische eenheid kan worden aangemerkt, wanneer er geen andere productiefactoren zijn. Van een overgang van onderneming is dan sprake als de overnemer een wezenlijk deel - qua aantal en deskundigheid - van de werknemers van de overdragende onderneming overneemt. Het feit dat in geval van Temco de CAO verplicht tot overname van een deel van het personeel betekent niet dat er geen sprake meer kan zijn van een overgang van onderneming. Ook het feit dat het personeel kort voor de overname door GMC is ontslagen, doet hier niet aan af, nu de overname de reden van het ontslag was. Met betrekking tot het contractuele karakter overweegt het Europees Hof dat hiervan ook sprake is in een situatie waarin de vervreemdende onderneming de onderaannemer is van de onderneming die de eerste overeenkomst met de opdrachtgever heeft gesloten. Tot slot merkt het Europees Hof op dat de richtlijn zich er niet tegen verzet dat een werknemer bij zijn oude werkgever in dienst blijft, indien de werknemer zich tegen de overgang verzet.

Terug naar overzicht