Sign. - Benadeling crediteuren met dividenduitkering


De curator van aannemersbedrijf HvN tracht een dividendbesluit van 18 juni 2010 van de vennootschap en een daaruit voortvloeiende uitkering aan te tasten op grond van art. 42 Fw en hij stelt enig aandeelhouder HvN Holding en de bestuurder van de beide vennootschappen (Van Noorden) aansprakelijk in verband met dit dividendbesluit en de uitkeringen. De curator stelt dat het dividendbesluit nietig is wegens strijd met art. 2:216 BW (oud). Het beroep op art. 42 Fw faalt. Hoewel sprake is van een onverplichte rechtshandeling, heeft de curator onvoldoende aannemelijk gemaakt dat ten tijde van het nemen van het besluit de benadeling van crediteuren voorzienbaar was. Door het dividendbesluit was een opeisbare vordering van de aandeelhouder op de vennootschap ontstaan, zodat de uitkeringen als verplichte rechtshandelingen moeten worden aangemerkt en deze ook niet voor vernietiging in aanmerking komen. Op grond van art. 2:216 (oud) BW is een vennootschap gerechtigd winst uit te keren voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opgevraagde deel van het kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden. De jaarrekening 2008 was op 18 juni 2010 al vastgesteld, zodat aannemersbedrijf op grond van art. 2:216 BW gerechtigd was de vrije winstreserve per 31 december 2008 uit te keren. Daarbij kan de vrije winstreserve uit meer dan de liquide middelen van een vennootschap bestaan. De curator stelt dat de door Holding c.s. gestelde "omzetting" van de dividenduitkering in een lening (verstrekt door de aandeelhouder en geboekt in rekeningcourant), in strijd is met de statuten van aannemersbedrijf. Statuten…

Verder lezen
Terug naar overzicht