Sign. - Betrouwbaarheid niet langer buiten twijfel


Ter beoordeling ligt de vraag voor of de AFM in redelijkheid het besluit heeft kunnen nemen om de aan verzoeker verleende vergunning in te trekken. De AFM heeft aan haar oordeel dat de betrouwbaarheid van verzoeker niet buiten twijfel staat twee strafrechtelijke antecedenten (frauduleuze hypotheekaanvragen) en één toezichtantecedent (overtreding van de meldingsplicht van gewijzigde omstandigheden en de meldingsplicht van een incident) ten grondslag gelegd. Bij deze antecedenten heeft de AFM het onjuist informeren van Y (over inkomensgegevens in het kader van hypotheekaanvragen waarbij verzoeker heeft bemiddeld), laten meewegen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet staande worden gehouden dat het onderzoek van de AFM onzorgvuldig is geweest dan wel voldoende basis ontbeert, nu de AFM haar oordeel heeft gebaseerd op eigen onderzoek naar de betrouwbaarheid van verzoeker, waarbij de AFM onder andere gebruik mocht maken van de processen-verbaal ter zake van de strafrechtelijke vervolging. Daarnaast heeft de AFM in het kader van het eigen onderzoek de betrouwbaarheid verzoeker uitgenodigd voor een gesprek, waarbij nader is ingegaan op de verklaringen die verzoeker ten overstaan van de politie heeft afgelegd. De AFM heeft zich dan ook voldoende een eigen oordeel gevormd. De verdenking van betrokkenheid bij een strafbaar feit is voldoende om van een strafrechtelijk antecedent te spreken. Voldoende is dat de feiten en omstandigheden erop wijzen dat betrokkene een of meerdere strafbare feiten heeft begaan. Voor de beoordeling van de AFM of de betrouwbaarheid van een beleidsbepaler al dan niet buiten twijfel staat is dan ook niet relevant of er daadwerkelijk sprake is van een strafrechtelijke veroordeling en hoe een eventuele veroordeling zich verhoudt ten opzichte van de tenlastelegging (CBb 18 april 2002, LJN…

Verder lezen
Terug naar overzicht