Sign. - Doorstart na faillissement


Verzoekster is aandeelhouder en schuldeiser van failliet. Zij vordert met toepassing van art. 69 Fw een bevel aan de curator om opnieuw met haar in onderhandeling te treden over de doorstart van failliet en een verbod tot het sluiten van een activaovereenkomst met A. De rechtbank merkt verzoekster aan als belanghebbende in de zin van art. 69 Fw en overweegt dat een handelwijze waarbij uitvoering wordt gegeven aan een koopovereenkomst terwijl niet aan de opschortende voorwaarde van toestemming door de rechter-commissaris is voldaan, terwijl de bank als zekerheidsgerechtigde op het moment dat uitvoering werd gegeven aan de koopovereenkomst geen toestemming had gegeven voor het vrijgeven van zekerheden, geen beheer van de boedel in het belang van de schuldeisers is, noch in het belang van alle bij de overname betrokken werknemers, nu wijzigingen zijn aangebracht in hun rechtspositie terwijl duidelijk was dat rechtens (nog) geen uitvoering gegeven kon worden aan de daaraan ten grondslag liggende koopovereenkomst. De curator is ex art. 72 Fw bevoegd tot het aangaan van rechtshandelingen namens de boedel. In zoverre is de door hem gesloten koopovereenkomst met A rechtsgeldig en wijst de rechtbank het gevorderde verbod tot het sluiten van een activaovereenkomst af. Het verzoek om een bevel tot door onderhandeling met verzoekster wijst de rechtbank toe, nu de curator ten opzichte van de verzoekster als gegadigde (en overigens de andere gegadigden) onvoldoende transparantie en zorgvuldigheid heeft betracht, waarmee zowel verzoekster als schuldeiser als de overige schuldeisers en de werknemers (mogelijk) zijn benadeeld. Aangezien niet voldaan is aan de opschortende voorwaarde uit de koopovereenkomst met A, zijnde dat de rechter-commissaris toestemming moet geven voor deze overeenkomst…

Verder lezen
Terug naar overzicht