Sign. - Pragmatisch denken over afgeleide schade


Het nieuwe, met de vereenvoudiging en flexibilisering van het bv-recht in werking getreden, art. 2:343 lid 4 BW maakt het mogelijk dat de rechter in een procedure waarin een aandeelhouder op grond van art. 2:343 lid 1 BW zijn uittreding uit de vennootschap probeert te bewerkstelligen, aan de uittredende aandeelhouder een billijke verhoging toewijst, bovenop de prijs die hem door de rechter voor zijn aandelen wordt toegekend. Aldus kan een waarde daling die een gevolg is van wangedrag door bijvoorbeeld een bestuurder of meerderheidsaandeelhouder jegens de vennootschap, worden weggenomen. De wetgever begeeft zich met de introductie van deze regeling op glad ijs, nu deze bepaling raakt aan de problematiek van de afgeleide schade. De schrijver bespreekt dit aspect van art. 2:343 lid 4 BW, dat naar zijn oordeel blijk geeft van een meer open manier van denken over het probleem van afgeleide schade.
(WPNR 2013/6962, prof. mr. L. Timmerman)

Verder lezen
Terug naar overzicht