Sign. - Recht op bonus tijdens zwangerschapsof bevallingschapsverlof en daaraan
gerelateerde ziekte?


De CGB kreeg in een drietal zaken te oordelen over de vraag of een bonusregeling, krachtens welke werknemers jaarlijks een bonus ontvangen, verboden onderscheid op grond van geslacht maakt indien daarin is vastgelegd dat over een periode van verlof geen bonus wordt berekend. In het verleden heeft de Commissie een bonusregeling steeds aangemerkt als een arbeidsvoorwaarde in de zin van art. 7:646 lid 1 BW. Het Hof Amsterdam heeft op 27 april 2010 (LJN BM2034) echter overwogen dat de prestatiebonus waarop het arrest van het hof betrekking heeft, dient te worden aanmerkt als loon in de zin van art. 7:628 lid 3 BW. De consequenties van dat arrest zijn volgens de CGB tweeledig. Over een periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof heeft een werknemer op grond van art. 7:629 lid 4 BW jegens de werkgever wettelijk geen aanspraak op doorbetaling van loon en dus ook niet van de bonus, voor zover deze als loon is aan te merken. Nu deze bepaling ten opzichte van art. 7:646 BW (lsquolex generalis') is aan te merken als een bijzondere regeling (lsquolex specialis'), maakt de werkgever die de bonus over deze periode niet doorbetaalt, geen onderscheid in de zin van art. 7:646 BW, voor zover de bonus als loon wordt aangemerkt Tijdens een periode van afwezigheid wegens zwangerschapsgerelateerde ziekte heeft een werkneemster daarentegen wel aanspraak op doorbetaling van loon, en derhalve ook van de bonus voor zover deze als loon is aan te merken. De hoogte van het door te betalen loon wordt bepaald door het eerste lid van art. 7:629 BW…

Verder lezen
Terug naar overzicht