Sign. - Sri Lanka kent geen boedelvermenging


M en V zijn in 2007 te Kalutara (Sri Lanka) met elkaar gehuwd. M heeft de Nederlandse nationaliteit, V de Sri Lankaanse. V is nooit in Nederland geweest en partijen hebben voor of na de huwelijkssluiting nimmer hun verblijfplaats in dezelfde staat gehad. In 2012 is het huwelijk van partijen door echtscheiding ontbonden.
V verzoekt verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Zij voert daartoe aan dat volgens Sri Lankaans recht de Matrimonial Rights and Inheritance Ordinance van toepassing is, waarin wordt bepaald dat – nu partijen een verschillende nationaliteit hebben – het recht waaraan de man is onderworpen (in casu het Nederlands recht) voorgaat. Op grond van het Nederlands recht zijn partijen in gemeenschap van goederen gehuwd, aldus V.
De rechtbank past het Sri Lankaanse recht toe op het huwelijksvermogensregime van partijen, aangezien het huwelijksvermogensregime het nauwst is verbonden met het recht van Sri Lanka. Omdat het recht van Sri Lanka geen gemeenschap van goederen kent, wijst de rechtbank het verzoek van V af. V gaat in hoger beroep.
Vaststaat dat, nu partijen na inwerkingtreding van het Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978 zijn gehuwd, dit verdrag van toepassing is op het onderhavige geschil en dat het recht van Sri Lanka van toepassing is op het huwelijksvermogensregime.
Desgevraagd heeft het Internationaal Juridisch Instituut medegedeeld dat op het huwelijksvermogensregime inderdaad het Sri Lankaanse recht van toepassing is, maar dat de exceptie van section 2 van de Matrimonial Rights and Inheritance Ordinance naar Nederlands IPR buiten beschouwing moet worden gelaten, nu het Haags Huwelijksvermogensverdrag renvoi uitsluit. Er dient derhalve geen terugverwijzing naar het Nederlands recht plaats te vinden. Het Internationaal Juridisch Instituut acht het zeer aannemelijk…

Terug naar overzicht