Sign. - Terugbetaling niet opeisbare lening en pauliana


Arrest 24 november 2009: Wetenschap van benadeling van schuldeisers wordt vermoed aan beide zijden te bestaan bij rechtshandelingen ter voldoening van een niet-opeisbare schuld (art. 43 lid 1 aanhef en onder 2 Fw). Ter ontzenuwing van dit vermoeden voert appellante aan dat de terugbetaling onderdeel was van de steunmaatregelen die tot doel hadden de bedrijfsactiviteiten van zowel "de Altera groep" als failliet te ondersteunen, zodat de vraag of sprake is van wetenschap van benadeling niet alleen moet worden beoordeeld aan de hand van de (terug) betaling van 4 juli 2003. Van doorslaggevend belang zou zijn dat die (terug)betaling verband hield met een lening als onderdeel van steunmaatregelen. Dit miskent dat aan de orde is de vraag of appellante en failliet, ondanks het wettelijk vermoeden van art. 43 lid 1 aanhef en onder 2 Fw, geen wetenschap van benadeling van crediteuren hadden toen op 4 juli 2003 op een niet-opeisbare lening een bedrag van  € 120.000 aan appellante werd betaald. Ook als er vanuit zou worden gegaan dat door de leningsovereenkomst tussen ImCA en failliet van 16 juni 2003 op enige manier een vermogensbestanddeel van € 120.000 in het vermogen van failliet is gevloeid, dan nog laat dit onverlet dat tot terugbetaling van de geleende som is overgegaan vóórdat de lening opeisbaar was, failliet kort daarop in staat van faillissement is geraakt en ondertussen, op 23 juli 2003, Veenman failliet is verklaard waardoor enige vordering van failliet op die vennootschap illusoir werd. Daarmee is niet voldoende gemotiveerd het vermoeden weerlegd dat appellante en failliet op 4 juli 2003 wisten dat zij crediteuren van failliet benadeelden…

Verder lezen
Terug naar overzicht