Sign. - Toepasselijk recht gedurende detachering


Werkneemster is in 1991 in dienst getreden bij een Turkse bank. Zij werkte in Turkije totdat zij in 2002 naar Nederland werd gedetacheerd. De detachering is in 2004 (voortijdig) beëindigd als gevolg van het vervallen van haar functie in Nederland. Werkneemster weigerde echter terug te komen naar Turkije. Zij stelt dat zij in dienst is getreden van de Nederlandse vestiging van de bank en vordert een pensioenvoorziening (tot datum einde dienstverband) uit hoofde van de Algemene Bank CAO. Het hof oordeelt dat nu er geen rechtskeuze is gemaakt in de arbeidsovereenkomst, er op basis van art. 6 EVO moet worden vastgesteld wat het toepasselijke recht is. Op grond van art. 6 lid 2 sub a EVO is het toepasselijk recht het recht van het land waar de werknemer ter uitvoering van de overeenkomst gewoonlijk zijn arbeid verricht, zelfs wanneer hij tijdelijk in een ander land te werk is gesteld. Het land waar werknemer gewoonlijk haar arbeid verricht is volgens het hof Nederland, nu zij vanaf 2002 in Nederland heeft gewerkt, haar instructies in Nederland ontving en ook haar loon in Nederland werd betaald. Dit zou anders zijn als werkneemster slechts tijdelijk in Nederland arbeid verrichtte. De detachering is volgens het hof echter niet tijdelijk. Het hof verwijst daarbij naar het feit dat partijen bij aanvang van de uitzending uitgingen van een detacheringsperiode van drie jaar en dat de detachering feitelijk ook langer dan één jaar heeft geduurd. Nederlands recht is daarom volgens het hof van toepassing. Het hof concludeert op basis van art. 7:610a dat er geen arbeidsovereenkomst tussen de Nederlandse bank en werkneemster tot stand is gekomen. (Hof…

Verder lezen
Terug naar overzicht