Sign. - Verbod op schuldbemiddeling


Art. 48 lid 1 onder d Wck voorziet in de mogelijkheid dat bij AMvB natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan, worden aangewezen voor wie het verbod op schuldbemiddeling van art. 47 Wck niet geldt. Daarnaast kan ingevolge art. 48 lid 2 Wck bij AMvB onder andere worden bepaald dat voor het verrichten van schuldbemiddeling een certificaat is vereist. Van deze mogelijkheden is tot nu toe slechts in beperkte mate en voor korte tijd (1998-2000) gebruik gemaakt. Bij brief van 19 oktober 2007 aan de Tweede kamer hebben de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de minister van Financiën het voornemen van het kabinet aangekondigd om, nadat private partijen in een normcommissie normen zouden hebben ontwikkeld die certificering van schuldhulpverleners mogelijk zouden maken, een AMvB vast te stellen op grond waarvan onder een aantal strikte voorwaarden aan private schuldhulpverleners zou worden toegestaan vergoedingen voor schuldbemiddeling aan schuldenaars te vragen. Aan dat voornemen is nog geen uitvoering gegeven. Het onderhavige geval niet te vergelijken met dat van HR 5 november 2010 (NJ 2011, 31). Honorering van het middel zou erop neerkomen dat de rechter de in art. 48 lid 1 onder d en art. 48 lid 2 Wck gegeven regelgevende bevoegdheid gaat uitoefenen. Daartoe is deze echter niet bevoegd. (HR 6 januari 2012, LJN BU6758, «JOR» 2012/66)

Verder lezen
Terug naar overzicht