Toepassing integratieheffing, intrekking goedkeuring


Wet OB 1968, mededeling 26

Met ingang van 1 januari 2010 is de voor woningcorporaties, gemeentelijke woningbedrijven, pensioenfondsen en dergelijke instellingen van belang zijnde mededeling 26 ingetrokken. Inmiddels is ook een overgangsregeling bekend gemaakt voor onroerende zaken waarvan de realisatie is gestart per 31 december 2009 en voor het beheer en onderhoud van bepaalde woningen indien daarvoor op die datum een overeenkomst is gesloten. Het gehele besluit is hierna opgenomen [MvF: CPP2009/83M , dd. 23-12-2009].

1. Inleiding

Bij besluit van 30 november 1994, nr. VB 94/3619 (hierna mededeling 26) is een goedkeurende regeling getroffen voor het achterwege laten van de zogenoemde integratieheffing (art.3, derde lid, onderdeel b, Wet OB 1968 [hierna: Wet OB]). Toepassing van deze regeling is mogelijk voor woningcorporaties, gemeentelijke woningbedrijven, pensioenfondsen en dergelijke instellingen, alsmede ziekenhuizen en bejaardentehuizen die aan de in mededeling 26 genoemde voorwaarden voldoen

Mededeling 26 wordt met ingang van 1 januari 2010 ingetrokken. In verband daarmee kom ik tot de volgende overgangsregeling.

2. Overgangsregeling

De goedkeurende regeling blijft tot 1 januari 2014 van toepassing voor onroerende zaken waarvan de bestemming voor bedrijfsdoeleinden (als bedoeld in art. 3, lid 3, onderdeel b, Wet OB) vóór die datum heeft plaatsgevonden. Hierbij geldt als voorwaarde dat vóór 31 december 2009 een aanvang is gemaakt met de realisatie van deze zaken. Hiervan is sprake indien met het oog op de realisatie van de onroerende zaken kosten zijn gemaakt die rechtstreeks en objectief aantoonbaar zijn toe te rekenen aan die realisatie dan wel indien voor de realisatie van…

Verder lezen
Terug naar overzicht