Voornemen tot prejudiciële vragen; is beding in Dexia-overeenkomst in strijd met de Richtlijn oneerlijke bedingen?


Uit de rechtspraak blijkt dat er de nodige twijfels zijn gerezen over de (on)eerlijkheid van een beding als art. 6 Bijzondere voorwaarden. Op grond van deze bepaling is appellant bij het beëindigen van de effectenleaseovereenkomst voor het verstrijken van de minimale looptijd, de resterende maandtermijnen over het restant van de minimale looptijd verschuldigd. Het hof is daarom voornemens prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen.

Voorafgaande
Appellant heeft diverse overeenkomsten genaamd Profit Effect met Dexia gesloten. Dexia heeft deze overeenkomsten per 7 november 2007, …

Verder lezen
Terug naar overzicht