Naar de inhoud

Additionaliteit in het planspoor: Terug bij af?

Een foto van een bospad met veel groene bomen

Melinda Gayir, advocaat bij Pot Jonker Advocaten, gaat in haar blog in op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 januari jongsleden, waarin zij oordeelde dat het beoordelingskader voor intern salderen ook op bestemmingsplannen van toepassing is.

Het zal geen verrassing zijn dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) afgelopen woensdag heeft geoordeeld dat het beoordelingskader voor intern salderen - als gewijzigd in de18 december-uitspraken” - óók van toepassing is op bestemmingsplannen. De wijziging geldt direct voor alle lopende procedures over bestemmingsplannen.

Intern salderen en de voortoets

Met het gewijzigde beoordelingskader waarover ik al eerder schreef is intern salderen in de voortoets niet (langer) een optie. In de voortoets mag alleen (nog) worden gekeken naar de gevolgen van stikstofneerslag op een gevoelig Natura 2000-gebied van een ruimtelijke ontwikkeling op zichzelf, zonder rekening te houden met (het wijzigen of wegvallen van) de oude situatie.

Intern salderen en de passende beoordeling

In de passende beoordeling, die daarna komt, mag intern salderen wel. Daarvoor is inzicht nodig in de gevolgen van wat feitelijk legaal aanwezig was op grond van het vorige bestemmingsplan (de referentiesituatie). De gevolgen in de referentiesituatie mogen dan worden weggestreept tegen de gevolgen van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling.

Additionaliteitsvereiste

De 18 december-uitspraken hebben ook tot gevolg dat intern salderen alleen mogelijk is als de natuurwaarden van de betrokken beschermde natuurgebieden met voldoende andere maatregelen geborgd, verbeterd of hersteld kunnen worden. Het zogenaamde additionaliteitsvereiste. Als er onvoldoende maatregelen zijn, is de stikstofwinst van een stoppend project nodig voor de natuur, en kan deze niet worden ingezet voor een nieuwe project.

De inzet van (in- en extern) salderen als mitigerende maatregel moet steeds in het concrete geval in een passende beoordeling beoordeeld en gemotiveerd worden.

Invulling motiveringsplicht met ‘vergewisplicht’

De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid over, en dus ook geen invloed op, de keuze welke maatregelen noodzakelijk zijn voor beschermde natuurgebieden. Die bevoegdheid ligt bij de rijksoverheid of de provincie. Dit ontslaat de gemeenteraad volgens de Afdeling echter niet van zijn motiveringsplicht.

Maar de Afdeling voegt daar wel aan toe dat de gemeenteraad aan zijn motiveringsplicht kan voldoen door zich ervan te vergewissen dat in openbaar raadpleegbare gegevens, zoals een natuurdoelanalyse, geen aanwijzingen staan dat de rijksoverheid of de provincie de wijziging of beëindiging van de referentiesituatie nodig vindt om de natuur te helpen.

Betekenis voor de praktijk

De uitspraak laat zien op welke wijze een gemeenteraad aan de additionaliteitseis bij (intern) salderen kan voldoen als sprake is van overbelaste Natura 2000-gebieden.

De gemeenteraad moet motiveren dat hij in de openbare bronnen geen aanwijzingen heeft kunnen vinden dat de rijksoverheid of de provincie de referentiesituatie nodig vindt om de natuur te helpen. Dit lijkt mij om twee redenen een lichte toets. Ten eerste lijkt de raad zich niet te hoeven bekreunen of die gebiedsplannen of natuurdoelanalyses ook werkelijk afdoende zijn om de gestelde natuurdoelen te halen. Ten tweede wijzen die plannen bij mijn weten slechts bij uitzondering concrete bronnen buiten het gebied aan, waarvan het verdwijnen in de plannen wordt ingerekend – bronnen die dus niet óók nog in een interne saldering mogen worden betrokken. Kortom: de aanwijzingen waar de raad naar op zoek moet, zullen er vermoedelijk niet vaak zijn. De uitspraak van 14 januari 2026 lijkt dan ook beperkte betekenis te hebben voor de saldeermogelijkheid in het planspoor. Salderen zal veelal nog steeds mogelijk zijn, maar op een ander moment (van ‘voortoets’ naar ‘passende beoordeling’).

Dit is opmerkelijk nu de additionaliteitseis voor projecten – die bij de provincie ligt – veel strenger is. Die houdt dáár in dat gemotiveerd moet worden dat de stikstofruimte die ontstaat door het wijzigen of het wegvallen van de gevolgen van de oude situatie, niet nodig is voor het natuurbehoud en/of -herstel.

Mr. M. (Melinda) Gayir, advocaat bij Pot Jonker Advocaten

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Melinda Gayir (tel. +31634163695), gayir@potjonker.nl of één van de andere advocaten van Pot Jonker Advocaten