Blog Pot Jonker Advocaten
Betekent herstructurering van een familiebedrijf risicoaanvaarding van voorzienbare schadeoorzaken?
Bij planschade en nadeelcompensatie wordt de voorzienbaarheid van de schadeoorzaak betrokken. Als de aanvrager een investeringsbeslissing heeft genomen, terwijl de schadeoorzaak voorzienbaar was, kan het bestuursorgaan de aanvrager in principe risicoaanvaarding tegenwerpen. Dat geldt niet bij rechtsopvolging onder algemene titel.
Onlangs deed de Afdeling een interessante uitspraak waarin wordt overwogen dat bij een overdracht onder bijzondere titel, er bijzondere omstandigheden kunnen bestaan waardoor er geen daadwerkelijke mogelijkheid heeft bestaan het risico op een betekenisvolle manier in de aankoopprijs te verdisconteren (ABRvS 1 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1844). In deze zaak deden die bijzondere omstandigheden zich ook voor, aldus de Afdeling.
Achtergrond
Deze zaak speelt zich af onder de Wro. Zowel de exploitant van een HEMA-vestiging in Valkenburg (Limburg), als de verhuurder van het bedrijfspand, hebben een verzoek om nadeelcompensatie en om tegemoetkoming in planschade gedaan. Vanwege de herinrichting van het centrumgebied (zowel de besluiten waarin dit is vastgelegd als de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden), hadden zij respectievelijk omzet en huurinkomsten gemist.
Van zowel de exploitant (‘appellant B’) als de verhuurder (‘appellant A’) beide vennootschappen was ‘Persoon A’ de enig eigenaar en bestuurder. Sinds het moment dat de plannen voor de herinrichting van het centrum van Valkenburg formeel bekend werden (1995), had een herstructurering plaatsgevonden waarbij die twee vennootschappen zijn opgericht. Al sinds 1991 vormde ‘persoon A’ samen met haar moeder en haar zus eigenaar en bestuur van het bedrijf waarin onder meer deze HEMA-vestiging was ondergebracht. In 2005 trad haar moeder terug vanwege haar hoge leeftijd, kreeg de zus een ander filiaal en ging deze vestiging via de nieuwe vennootschappen naar ‘persoon A’.
Het college had, in afwijking van het planschadeadvies en later in afwijking van het advies van de bezwaarschriftencommissie, de aanvragen afgewezen. In de visie van het college gaat het om nieuwe vennootschappen, was het een keuze om op dit moment te splitsen, en had de verkrijgende vennootschap ook een derde kunnen zijn. De rechtbank liet de afwijzingen in stand.
Voorzienbaarheid en actieve risicoaanvaarding
In hoger beroep werd betoogd dat het college ‘persoon A’ niet mocht tegenwerpen dat zij het risico op de nadelige ontwikkeling actief heeft aanvaard, omdat zij voor de peildatum al deels eigenaar was van het bedrijf dat de HEMA-vestiging exploiteerde. Ook kan de uitbreiding van haar belang haar niet worden tegengeworpen, betoogt zij: zij kreeg het resterende belang van haar moeder en haar zus kreeg een ander filiaal.
De Afdeling herhaalt in deze uitspraak eerst de vaste jurisprudentie over voorzienbaarheid en actieve risicoaanvaarding (in rov. 20.1 en 20.2; de Afdeling verwijst naar rov. 65, 69 en 80 van de (nieuwe) overzichtsuitspraak planschade, ABRvS 6 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3690). Actieve risicoaanvaarding mag niet worden tegengeworpen bij rechtsopvolging onder algemene titel of daarmee gelijk te stellen wijzen van verkrijging.
Bijzondere omstandigheden bij een verkrijging onder bijzondere titel
Vervolgens stelt de Afdeling vast dat het hier ten aanzien van de exploitant van de HEMA-vestiging gaat om een verkrijging onder bijzondere titel. Het uitgangspunt bij verkrijging onder bijzondere titel op een moment dat de nadelige ontwikkeling al voorzienbaar is, is dat de verkrijger het risico daarop heeft aanvaard. Een redelijk handelend koper wordt namelijk geacht de mogelijkheid dat dat risico zich verwezenlijkt, te verdisconteren in de aankoopprijs.
De Afdeling sluit echter niet uit (rov. 20.6) dat bij de aankoop van een onderneming in bijvoorbeeld de familiesfeer of binnen één concern, zich ‘bijzondere omstandigheden’ kunnen voordoen waardoor ‘geen daadwerkelijke mogelijkheid bestaat om het risico op een voorzienbare nadelige ontwikkeling op betekenisvolle wijze te verdisconteren in de aankoopprijs’. Dan is er ook geen grond om de verkrijger actieve risicoaanvaarding tegen te werpen, aldus de Afdeling.
De Afdeling komt tot de slotsom dat die bijzondere omstandigheden zich in deze zaak voordoen. ‘Persoon A’ was al voor de peildatum intensief betrokken bij de exploitatie. Haar moeder trad terug vanwege haar leeftijd en haar zus kreeg een ander filiaal. Als de herstructurering niet had plaatsgevonden was ‘Persoon A’ ook in haar vermogenspositie getroffen. Afwaarderen van de aandelen had haar vermogen evenzeer aangetast. Een daadwerkelijke mogelijkheid het risico te verdisconteren in de aankoopprijs had zij daarom niet. Haar mocht geen actieve risicoaanvaarding worden tegengeworpen.
Geen risicoaanvaarding bij verkrijging onder algemene titel
Dat risicoaanvaarding niet wordt tegengeworpen bij verkrijging onder algemene titel, is vaste rechtspraak (ABRvS 10 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX9702). Ten aanzien van de verhuurder van het pand, beslist de Afdeling dat wel degelijk sprake is van verkrijging onder algemene titel. Er was sprake van een zuivere juridische splitsing, wat kwalificeert als verkrijging onder algemene titel (art. 2:334a lid 2 BW). Dat de betrokkenen een keuze hadden voor het moment van de splitsing, doet daar niet aan af.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Saskia Bouwman (tel. 023 5530 241; bouwman@potjonker.nl) of een van de andere advocaten van de sectie Bestuurs-en overheidsrecht van Pot Jonker advocaten.