Naar de inhoud

1. Eigenrisicodragen WGA, 1.10. Omvang van het risico(Ziekte en re-integratie)

Deze paragraaf is bijgewerkt tot 25 januari 2016

De duur van het eigenrisicodragen bedraagt in principe tien jaar. Om precies te zijn: de eigenrisicodrager is financieel verantwoordelijk voor de WGA-uitkeringen gedurende de eerste tien jaar. In art. 82, lid 1, WIA wordt verwezen naar de Regeling vaststelling periode eigenrisicodragen WGA-uitkeringen van 17 augustus 2006 (Stcrt. 2006, 161). In eerste instantie was de periode overigens vier jaar. Dat gold tot 1 januari 2007. De duur wordt bekort als de WGA-uitkering direct op een IVA-uitkering wordt toegekend. Dat zal zich echter niet zo snel voordoen. Daarnaast wordt de duur verkort met de duur van de vrijwillig verlengde periode van loondoorbetaling bij ziekte.

De eigenrisicodrager draagt de WGA-lasten van de (ex) werknemer die op de eerste ziektedag bij de werkgever in dienst was. Vanaf 1 januari 2014 komt ook de overlijdensuitkering (art. 74, lid 1, WIA) ten laste van de eigenrisicodrager. Door uit te gaan van de arbeidsrechtelijke positie op de eerste ziektedag speelt in beginsel een latere beëindiging van de dienstbetrekking bij de toerekening van lasten geen rol. Van belang zijn de bepalingen over een latere toekenning (art. 55 WIA) en herleving (art. 57 WIA) van de WGA-uitkering. Ook deze uitkeringen worden uiteraard toegerekend aan de eigenrisicodrager. Met name deze laatste bepalingen kunnen leiden tot problemen als de werkgever eigenrisicodrager wordt en een gecombineerde garantstelling/verzekering afsluit en een koopsom betaalt over het inlooprisico. Het reguliere inlooprisico bestaat uit lopende WGA-uitkeringen en bestaande zieken met een zekere kans op latere arbeidsongeschiktheid. De…