Naar de inhoud

1. Inleiding Participatiewet(Bijstand)

Deze paragraaf is bijgewerkt tot 7 januari 2016

Iedere Nederlander hier te lande wordt geacht zelfstandig in zijn bestaan te kunnen voorzien door middel van arbeid. Als dit niet mogelijk is en er geen andere voorzieningen beschikbaar zijn, heeft de overheid de taak hem te helpen met het zoeken naar werk en, zo lang met werk nog geen zelfstandig bestaan mogelijk is, met inkomensondersteuning. Deze verantwoordelijkheid vormt het sluitstuk van een activerend stelsel van sociale zekerheid. Werk boven inkomen dus. De Participatiewet creëert daarvoor de mogelijkheden.

De Participatiewet vindt haar voetsporen in de armenzorg. De armenzorg gaat terug tot de Staatsregeling van het Bataafse Volk uit 1798. De eerste Armenwet ontstond in 1854. In 1912 volgde de eerste grote vernieuwing, waarna het tot 1965 moest duren voor de Algemene Bijstandswet verscheen, in 1996 gevolgd door een nieuwe Algemene bijstandswet. In deze nieuwe Algemene bijstandswet was de rode draad decentralisatie, waarna budgetfinanciering geleidelijk aan werd ingevoerd. Met de komst van de Wet Werk in bijstand in 2004 kreeg budgetfinanciering een definitieve vorm en verschoof het accent van de wet naar werk boven uitkering. Per 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand omgevormd tot de Participatiewet.

De Participatiewet is gebaseerd op de ambitie om iedereen in staat te stellen als volwaardig burger mee te doen en bij te dragen aan de samenleving. Voor de meeste mensen…