Naar de inhoud

1. Ziekte of gebrek, arbeidsongeschiktheidsbegrip(Arbeidsongeschiktheid)

Deze paragraaf is bijgewerkt tot 6 januari 2015

1.1. Algemeen

Om voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking te komen is het primair noodzakelijk dat de verhindering om werkzaamheden te verrichten voortvloeit uit ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling.

Ziektebegrip

Ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid is op zichzelf beschouwd niet voldoende om in aanmerking te komen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Arbeidsongeschiktheid moet ook een gevolg zijn van ziekte of gebrek, zwangerschap of bevalling. Vanaf 1 augustus 1993 heeft de wetgever hieraan nog toegevoegd, dat de arbeidsongeschiktheid een rechtstreeks gevolg moet zijn van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling. De wetgever beoogde daarmee enerzijds een signaal te geven aan het UWV stringent om te gaan met het oorzakelijke verband tussen ongeschiktheid en ziekte en gebrek, zwangerschap of bevalling en anderzijds ongeschiktheid ten gevolge van een bepaalde werksituatie, ook wel situationele ongeschiktheid genoemd, uit te sluiten van het wettelijk arbeidsongeschiktheidsbegrip.

Vaststellen van arbeidsongeschiktheid

De arbeidsongeschiktheid in medische zin kan uitsluitend door een arts worden vastgesteld, waarbij ook nog geldt dat een behandelend arts zich niet zal uit laten over de arbeidsmogelijkheden van een zieke werknemer. Dit laatste is voorbehouden aan een verzekeringsarts, doorgaans werkzaam bij het UWV en die daartoe speciaal is opgeleid.

Arbeidsongeschiktheid in medische zin dient te worden onderscheiden van een gestelde diagnose in medische zin. Een diagnose is eigenlijk niet veel meer dan een naam voor het ‘ziektebeestje’ en brengt op zich zelf niet mee dat een werknemer bij een vastgestelde diagnose ook arbeidsongeschikt is te achten. In de arbeidsongeschiktheidswetten is uitsluitend van belang of een ziektebeeld ook beperkingen tot het verrichten…