Naar de inhoud

Bank niet bevoegd aan boedel verschuldigde huurpenningen bodemverhuurconstructie te verrekenen

A BV is bestuurder en enig aandeelhouder van B BV en C BV, in welke vennootschap zij haar ondernemingsactiviteiten, met uitzondering van het onroerend goed, heeft ondergebracht in B BV en C BV. A BV verhuurde de onroerende zaken (bedrijfspanden) aan B BV en C BV en verkreeg van beide vennootschappen een managementfee voor het voeren van de directie over hen. Rabobank heeft zowel aan de bestuurders van A BV en aan de vennootschappen kredieten verstrekt. Daarvoor zijn door zowel de bestuurders als de vennootschappen diverse zekerheden…

Wetgevingart. 53 Fw
JurisprudentieECLI:NL:RBGEL:2015:5770
Officiële publicaties
Europese regelgeving
Soort nieuwsUitspraak
Publicatiedatum18-09-2015
Nummer2015/0393