Naar de inhoud

Bankhypotheken op binnenschepen (de Daniëlle-hypotheek)

Samenvatting

Bespreking naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank Dordrecht van 16 juni 1999 inzake een bankhypotheek op een binnenschip waarbij werd beslist dat het hypotheekrecht niet gold voor het gedeelte van de inschrijving boven het bedrag van de verstrekte geldlening (waarvoor de inschrijving mede was genomen) wegens het ontbreken van de vermelding van de rente en rentevervaldagen overeenkomstig art. 8:792 BW.

De auteur concludeert onder meer dat de wetgever ten onrechte aan het Verdrag van Genève het vereiste van vermelding van rentevervaldagen heeft toegeschreven, dat het Verdrag wellicht niet ziet op de rentevoet en dat het gaat om een bepaalbare rentevoet. In de Rechtbankprocedure zijn deze aspecten niet aan de orde gekomen. Hoger Beroep dan wel cassatie was daarom volgens de auteur beter geweest. De auteur adviseert de rente bepaalbaar te maken om verdere risico's te vermijden.

Tekst

Notafax, nr 176 van 26 juli 1999 bericht over een interessante uitspraak inzake een bankhypotheek op het binnenschip ‘Daniëlle’. Deze hypotheek verschafte zekerheid voor een reeds verstrekte geldlening van ƒ 800.000, alsmede zoals gebruikelijk bij een bankhypotheek, voor al hetgeen de bank uit welken hoofde ook te vorderen mocht hebben. De eigenaar van de Daniëlle ging failliet en omdat de opbrengst van de executieveiling ten opzichte van de geldlening van ƒ 800.000 een overschot opleverde, vorderde de bank dat dit overschot krachtens de bankhypotheek bij voorrang zou worden gebruikt voor voldoening van andere openstaande vorderingen van de bank. De curator bestreed deze mogelijkheid omdat de bankhypotheek voor dit overschot nietig zou zijn wegens het ontbreken van de vermelding van de rente en rentevervaldagen, artikel 8:792 BW…