Besluit gezagsregisters [Tekst geldig vanaf 01-01-2015]

[Tekst geldig vanaf 01-01-2015]



Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 24 september 1969, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 373/669;

Gelet op artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

De Raad van State gehoord (advies van 22 oktober 1969 nr. 41);

Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 21 november 1969, Stafafdeling Wetgeving nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 490/669;

Hebben goedgevonden en verstaan:


Artikel 1

In het ingevolge artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bij elke rechtbank berustende openbaar register tekent de griffier rechtsfeiten aan, die betrekking hebben op de gezagsuitoefening over minderjarigen.


Artikel 2

In het register wordt aantekening gehouden van:

  1. alle rechterlijke beslissingen, waarbij in het over minderjarigen uit te oefenen gezag hetzij blijvend, hetzij tijdelijk wordt voorzien of wijziging gebracht ingevolge de artikelen 77, tweede lid onder a, 251, 251a, 253, 253b tot en met 253d, 253g tot en met 253ha, 253n, 253o, 253q, 253r, 253t, 253v, 253x, 265e, 266, 268, 274, 275, 277, 282, 295 tot en met 297, 299a, 302, 322, 323, 324, 327, 328, 331, 334, 425, tweede lid, 430, tweede lid en 453a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering alsmede de artikelen 4, vierde lid, 12, 15 en 18 van de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming;

  2. de beslissingen met betrekking tot de gezagsuitoefening gegeven in het Caribisch deel van het Koninkrijk voor minderjarigen die zich in Nederland willen vestigen;

  3. de buitenslands gegeven rechterlijke beslissingen met betrekking tot de gezagsuitoefening die van rechtswege worden erkend;

  4. de aantekening van gezamenlijk gezag, bedoeld in artikel 252 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

  5. de aantekening van gezag na overlijden, bedoeld in artikel 292 van Boek I van het Burgerlijk Wetboek;

  6. meerderjarigverklaring, voor zover de desbetreffende moeder daardoor van rechtswege het gezag over haar kind verkrijgt, ondertoezichtstelling, voorlopige ondertoezichtstelling, verlenging of verkorting van de ondertoezichtstelling en de vervanging van de gezinsvoogdijinstelling door een andere;

  7. de maatregel van voorlopige voogdij ingevolgde de artikelen 241 en 331 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 13, vierde lid, van de Uitvoeringswet internationale kinderontvoering, artikel 10, eerste lid, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, alsmede op grond van enige andere wet;

  8. benoeming of ontslag van een bewindvoerder of opheffing van het bewind overeenkomstig artikel 370 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

  9. alle rechterlijke beslissingen waarbij een der onder a, b, c, f en g bedoelde beslissingen dan wel de aantekeningen onder d en e worden bekrachtigd, vernietigd of herroepen;

  10. de bereidverklaring tot aanvaarding van voogdij;

  11. in kracht van gewijsde gegane uitspraken die een adoptie inhouden.


Artikel 3

Indien ingevolge het vorige artikel een aantekening over een minderjarige in het register is opgenomen, wordt daarin tevens aantekening gehouden van de volgende op hem betrekking hebbende gegevens:

  1. de wijziging of vaststelling van zijn geslachtsnaam en de vaststelling van zijn voornamen, van welke gegevens Onze Minister van Veiligheid en Justitie onverwijld kennis geeft aan de griffier van de rechtbank Den Haag;

  2. de wijziging van zijn voornamen, van zijn geslachtsnaam, zijn erkenning, of de ontkenning van het vaderschap of moederschap door de moeder uit wie het kind is geboren;

  3. een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak, inhoudende de vaststelling van het ouderschap, de gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap of moederschap, de vernietiging van zijn erkenning, de gegrondverklaring van een betwisting of inroeping van zijn staat, of de vernietiging van zulk een uitspraak, van welke gegevens de griffiers van de Hoge Raad en de gerechtshoven onverwijld kennis geven aan de griffier van de rechtbank waar de zaak in eerste aanleg heeft gediend.


Artikel 4

Het register wordt in digitale vorm gehouden.


Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2014]


Artikel 6

Elke inschrijving wordt voorzien van de datum van de inschrijving en indien van toepassing van de datum van de beslissing aangaande het gezag.


Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2014]


Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2014]


Artikel 9

Binnen de eerste drie maanden van elk kalenderjaar worden de gegevens betreffende degenen die in het vorig kalenderjaar achttien jaar geleden geboren werden, uit het gezagsregister gelicht en overgebracht naar een digitale archiefbewaarplaats.


Artikel 10

1.

De griffier is verplicht aan ieder kosteloos inzage van het register te verstrekken. Hij is voorts verplicht om - met inachtneming van het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde - aan ieder een uittreksel uit het register te verstrekken. Het verzoek tot inzage in het register dan wel tot verstrekking van een uittreksel daaruit dient op een bepaalde minderjarige betrekking te hebben.

2.

Het eerste lid is mede van toepassing op de inzage en de verstrekking van uittreksels van de gegevens die reeds overeenkomstig artikel 9, uit het register zijn gelicht.

3.

Aan overheidsorganen en derden kan rechtstreeks toegang tot het register worden verleend voorzover deze toegang noodzakelijk is voor de goede vervulling van hun taken. Deze toegang heeft betrekking op een bepaalde minderjarige.


Artikel 11

Ons besluit van 24 juli 1948, Stb. I 342, wordt ingetrokken.


Artikel 12

1.

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Invoeringswet Boek 1 nieuw B.W. in werking treedt.


Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gezagsregisters.

Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage, 26 november 1969

JULIANA.

De Minister van Justitie,

C. H. F. POLAK.
Uitgegeven de vierde december 1969.

De Minister van Justitie,

C. H. F. POLAK.

Bijlage [Vervallen per 01-04-2014]

Verder lezen
Terug naar overzicht