Bloot eigendom woning belast in box 3
Samenvatting
Belanghebbende heeft de blote eigendom van een woning. Zijn broer beschikt krachtens erfrecht over het recht van gebruik en bewoning en is in box 1 het eigenwoningforfait verschuldigd over de volledige WOZ-waarde van de woning. In geschil is of de blote eigendom van de woning bij belanghebbende in box 3 is belast. In navolging van Rechtbank Breda beantwoordt het hof deze vraag bevestigend. Belanghebbende klaagt erover dat er dubbele heffing optreedt. Het hof verwijst naar de parlementaire geschiedenis en oordeelt dat niet kan worden gezegd dat de keuze van de wetgever van redelijke grond ontbloot is. De broer van belanghebbende heeft in beginsel ook recht op renteaftrek in box 1, waarmee de door belanghebbende aangehaalde dubbele heffing gerechtvaardigd wordt.
(Hoger beroep ongegrond.)
Commentaar
De systematiek van het boxensysteem van de Wet IB 2001 kan ertoe leiden dat één en hetzelfde object (deels) wordt belast bij verschillende belastingplichtigen in verschillende inkomensboxen. Zo ook in de onderhavige casus, waar belanghebbende in de vermogensrendementsheffing wordt betrokken voor de blote eigendom van de woning. Zijn broer die het recht van gebruik en bewoning heeft, wordt voor de WOZ-waarde van de woning belast in box 1. De wetgever komt een ruime beoordelingsvrijheid toe bij de heffing van belastingen (vergelijk HR 26 november 2010, nr. 09/03219, NTFR 2010/2839, met commentaar van Rozendal). Deze beoordelingsvrijheid wordt alleen beperkt als het oordeel van de wetgever van redelijke grond is ontbloot. Onder verwijzing naar de parlementaire behandeling waar een identieke situatie is besproken, is het hof naar mijn mening terecht van oordeel dat de door de wetgever gemaakte keuze niet…