A: Inleiding
Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.
C: Kernproblematiek
Nederland werkt met één standaarddocument voor aanbestedingen: de uniforme eigen verklaring. De eigen verklaring bestaat onder meer uit een formele verklaring van een ondernemer dat hij voldoet aan het daar gestelde omtrent uitsluitingsgronden, eisen, technische specificaties, uitvoeringsvoorwaarden en selectiecriteria (zie artikel 2.84 lid 1). Lid 2 bepaalt dat het model van deze eigen verklaring wordt vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur. Hiermee wordt gedoeld op het Aanbestedingsbesluit. Het Aanbestedingsbesluit verwijst op zijn beurt naar de ministeriële Regeling modellen eigen verklaring. De model eigen verklaring bevat onder meer de formele verklaring van de ondernemer dat hij in staat zal zijn om op verzoek de nodige bewijsstukken te leveren. Indien een inschrijver zich beroept op de capaciteiten van een andere entiteit, dan dient de eigen verklaring ook informatie over die entiteit te bevatten.
Het doel om één standaarddocument voor aanbestedingen te gebruiken wordt ook nagestreefd op Europees niveau. De basis hiertoe is gelegen in artikel 59 van Richtlijn 2014/24/EU. Het standaardformulier van het zogeheten Uniform Europees Aanbestedingsdocument (hierna: 'UEA') is uitgewerkt in bijlage 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/7 van de Europese Commissie en vervangt de Nederlandse model eigen verklaring. De wijzigingen die het UEA met zich brengt zijn doorgevoerd door wijziging van het aanbestedingsbesluit en de ministeriële regeling modellen eigen verklaring. Met ingang van 1 juli 2016 heeft het UEA de Nederlandse model eigen verklaring vervangen. Het UEA wordt ook toegepast op aanbestedingen onder de Europese drempelwaarden (zie nader artikel 1.19 Aw). Het UEA heeft tot doel om de administratieve lasten in een aanbestedingsprocedure te verlichten en om grensoverschrijdende aanbestedingen toegankelijker te maken. In het UEA kan de ondernemer worden gevraagd aan te geven op welke wijze hij voldoet aan de gestelde eisen, terwijl in de voormalige Nederlandse model eigen verklaring (zoals die per 1 april 2013 in werking trad) kon worden volstaan met de verklaring dat aan de eis was voldaan (bewijs kon in een later stadium worden aangeleverd). Om de lastenverlichting zo veel mogelijk te waarborgen heeft de Europese Commissie (op aandringen van verscheidene EU-lidstaten, waaronder Nederland) besloten dat de aanbestedende diensten zelf kunnen bepalen of ondernemers in de eigen verklaring al moeten aangeven op welke wijze zij voldoen aan de gestelde eisen. Aanbestedende diensten hebben met ingang van de wijziging van de Aanbestedingswet in juli 2016 het recht te allen tijde tijdens de procedure (een deel van) de bewijsstukken op te vragen, wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure (zie nader artikel 2.101) en zullen dit in elk geval moeten doen bij de voorgenomen winnende inschrijver (artikel 2.102). De wijzigingen van de Aanbestedingswet in juli 2016 hebben de tekst van artikel 2.84 niet veranderd. Aan artikel 2.85 is een vierde lid toegevoegd over het hergebruik van een eigen verklaring (dit ter implementatie van de laatste alinea van artikel 59 lid 1 van Richtlijn 2014/24/EU). Hergebruik van een eigen verklaring is toegestaan, mits de informatie nog steeds correct is en relevant blijft.
Op basis van artikel 59 lid 2 van Richtlijn 2014/24/EU kan het UEA uitsluitend in elektronische vorm worden verstrekt. Hiervan mag echter tot uiterlijk 18 april 2018 worden afgeweken op grond van artikel 90 lid 3 van Richtlijn 2014/24/EU. Tot uiterlijk 18 april 2018 mag zowel de volledig elektronische versie als de papieren versie van het UEA worden gebruikt.
Buiten de eigen verklaring kan maar in twee gevallen om additionele informatie over de gestelde geschiktheidseisen, uitsluitingsgronden en selectiecriteria worden gevraagd. In de eerste plaats kan worden gevraagd om inlichtingen, gegevens en bewijsmiddelen die niet zijn opgenomen in de eigen verklaring. Te denken valt daarbij aan bepaalde certificaten, maar ook verklaringen omtrent belangenverstrengeling, een bevestiging dat in overeenstemming met het mededingingsrecht is gehandeld als bedoeld in het ARW 2016 of gegevens die relevant zijn met het oog op artikel 2.95. In de tweede plaats kan ook direct worden gevraagd om een opgave van referentieprojecten (zie nader artikel 2.85 lid 3 jo. 2.93 lid 1, onderdeel a, voor zover het de in dat onderdeel genoemde lijst betreft.
Jurisprudentie over de vraag in hoeverre gebreken in de eigen verklaring kunnen worden aangemerkt als eenvoudig te herstellen gebreken die zich lenen voor herstel, varieert. Verwezen zij naar artikel 2.101 lid 2 en artikel 2.102 lid 2 en de toelichting daarop in Sdu Commentaar Aanbestedingswet, artikel 2.101 en 2.102.
Inschrijvers dienen er rekening mee te houden dat, als het gaat over de vraag of hun inschrijving voldoet aan de technische specificaties, die bewijsstukken overeenkomstig artikel 2.78 direct bij de inschrijving moeten worden gevoegd (behoudens de technische specificaties zoals genoemd in artikel 2.84 lid 1 sub c).
HR 10 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0892 ; een verklaring die bevestigt dat in overeenstemming met de Mededingingswet is gehandeld als bedoeld in het ARW 2005 (K-verklaring), dient te zijn ondertekend door ‘de hoogste verantwoordelijke richting de buitenwereld’ (statutair bestuurder).
D: Jurisprudentie uitgebreid
Bij dit artikel is nog geen belangrijke jurisprudentie aanwezig.
E: Jurisprudentie nieuw
Meest recente jurisprudentie over Aanbestedingswet 2012 artikel 2.84; artikel 2.85.
F: Literatuurverwijzing
- Essers, M.J.J.M., Aanbestedingsrecht voor overheden, Amsterdam: Reed Business Education 2013, p. 263 - 264.
- Pijnacker Hordijk, E.H., G.W. van der Bend en J.F. van Nouhuys, Aanbestedingsrecht, Den Haag: Sdu Uitgevers 2009, p. 277.