Naar de inhoud

Commentaar op Algemene wet bestuursrecht Artikel 5:45 (Tijdsverloop). (artikeltekst geldig vanaf 2009-07-01)

Commentaar is bijgewerkt tot 2 januari 2018 door mr. J.E. Jansen

Artikel 5:45 Vervallen bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete Tekst van de hele regeling

1.

Indien artikel 5:53 van toepassing is, vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.

2.

In de overige gevallen vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete drie jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden.

3.

Indien tegen de bestuurlijke boete bezwaar wordt gemaakt of beroep wordt ingesteld, wordt de vervaltermijn opgeschort tot onherroepelijk op het bezwaar of beroep is beslist.

Kern van het wetsartikel

De vervaltermijn voor het opleggen van een bestuurlijke boete in socialezekerheidszaken betreft vijf jaren.

Beschrijving van de wijzigingen

Inwerkingtreding 1 juli 2009

Art. 5:45 werd op 25 juni 2009 aan de Awb toegevoegd (Stb. 2009, 264, samen met Stb. 2009, 265). Art. 5:45 trad op 1 juli 2009 in werking (Stb. 2009, 266) en is sindsdien niet meer gewijzigd.

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

Commentaar

1. Verjaring na vijf jaren

De verjaring van de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen, is geregeld in dit artikel. Is de maximaal op te leggen boete hoger dan € 340 dan geldt een verjaringstermijn van vijf jaren nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. Omdat de in socialezekerheidswetten opgenomen maximale boete meer bedraagt dan € 340 geldt voor die wetten een verjaringstermijn van vijf jaren.

Het betreft hier een…