Naar de inhoud

Commentaar op Algemene wet bestuursrecht Artikel 5:46 (Hoogte bestuurlijke boete). (artikeltekst geldig vanaf 2009-07-01)

Commentaar is bijgewerkt tot 2 januari 2018 door mr. J.E. Jansen

Artikel 5:46 Hoogte bestuurlijke boete Tekst van de hele regeling

1.

De wet bepaalt de bestuurlijke boete die wegens een bepaalde overtreding ten hoogste kan worden opgelegd.

2.

Tenzij de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, stemt het bestuursorgaan de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het bestuursorgaan houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.

3.

Indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, legt het bestuursorgaan niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is.

4.

Artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.

Kern van het wetsartikel

De hoogte van de boete moet evenredig zijn aan de ernst van de overtreding en er moet rekening worden gehouden met de mate waarin de overtreding aan de overtreder kan worden verweten.

Beschrijving van de wijzigingen

Inwerkingtreding 1 juli 2009

Art. 5:46 werd op 25 juni 2009 aan de Algemene wet bestuursrecht toegevoegd (Stb. 2009, 264). Art. 5:46 trad op 1 juli 2009 in werking (Stb. 2009, 266) en is sindsdien niet meer gewijzigd.

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

Commentaar