Naar de inhoud

Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 10 art. 121 (OR-algemeen)


Commentaar is bijgewerkt tot 19-11-2017 door prof. mr. dr. M.E. Koppenol-Laforce

Artikel 121 Tekst van de hele regeling

1.

In afwijking van de artikelen 118 en 119 van dit Boek zijn de artikelen 138 en 149 van Boek 2 van toepassing dan wel van overeenkomstige toepassing op de aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen van een ingevolge artikel 118 of artikel 120 van dit Boek door buitenlands recht beheerste corporatie die in Nederland aan de heffing van vennootschapsbelasting onderworpen is, indien de corporatie in Nederland failliet wordt verklaard. Als bestuurders zijn eveneens aansprakelijk degenen die met de leiding van de in Nederland verrichte werkzaamheden zijn belast.

2.

De rechtbank die het faillissement heeft uitgesproken is bevoegd tot de kennisneming van alle vorderingen uit hoofde van lid 1.

A: Inleiding

Aansprakelijkheid voor het boedeltekort voor bestuurders en commissarissen van een Nederlandse vennootschap wordt in artikel 121 uitgebreid tot bestuurders en commissarissen van buitenlandse vennootschappen die in Nederland aan de heffing van de vennootschapsbelasting zijn onderworpen. De in artikel 121 opgenomen regeling stond in artikel 5 WCC. Dit laatste artikel strekte ter vervanging van artikel 2:138 lid 11 BW.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Inbreuk op het incorporatierecht

Artikel 121 maakt een uitzondering op de hoofdregel uit de artikelen 10:118 en 10:119 BW en maakt daarmee inbreuk op het incorporatiestelsel. Dit betekent dat bestuurders en commissarissen van corporaties die op grond van artikel 10:118 BW onderworpen zijn aan buitenlands recht (omdat ze in een andere staat dan Nederland zijn opgericht…