Naar de inhoud

Commentaar op Burgerlijk Wetboek Boek 7 art. 617 (Arbeidsrechtartikelsgewijs)


Commentaar is bijgewerkt tot 20-09-2017 door mr. E.K.W. van Kampen

Artikel 617 Tekst van de hele regeling

1.

De vastgestelde vorm van loon mag niet anders zijn dan:

  1. geld;

  2. indien die vorm van loon gewoonte is of wenselijk is wegens de aard van de onderneming van de werkgever: zaken, geschikt voor het persoonlijk gebruik van de werknemer en zijn huisgenoten, met uitzondering van alcoholhoudende drank en andere voor de gezondheid schadelijke genotmiddelen;

  3. het gebruik van een woning, alsmede verlichting en verwarming daarvan;

  4. diensten, voorzieningen en werkzaamheden door of voor rekening van de werkgever te verrichten, onderricht, kost en inwoning daaronder begrepen;

  5. effecten, vorderingen, andere aanspraken en bewijsstukken daarvan en bonnen.

2.

Aan de in lid 1 onder b, c en d bedoelde zaken, diensten en voorzieningen mag geen hogere waarde worden toegekend dan die welke met de werkelijke waarde daarvan overeenkomt.

A: Inleiding

Wat betreft wetsgeschiedenis en jurisprudentie tot heden bijgewerkt.

B: Wetstechnische informatie

Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.

C: Kernproblematiek

C.1: Toegestane loonvormen

C.1.1: Loon in geld

Deze bepaling voorziet in het eerste lid in een limitatieve opsomming van loonvormen. Het loon kan worden vastgesteld in geld (sub a). Dit is verreweg de meest gebruikelijke loonvorm. In dit kader kan gedacht worden aan: salaris, vakantiegeld, gratificatie, provisie, tantième, bonus, dertiende maand, winstaandeel, uitkering krachtens artikel 7:641 lid 1 BW, enzovoort. Voldoening in vreemd geld is toegestaan (art. …