Naar de inhoud

Commentaar op Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten Artikel 1a:3 (Later ontstaan recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering). (artikeltekst geldig vanaf 2015-01-01)

Commentaar is bijgewerkt tot 8 december 2017 door mr. A. Wit

Artikel 1a:3 Later ontstaan recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering Tekst van de hele regeling

1.

Indien is vastgesteld dat de ingezetene geen jonggehandicapte is, heeft de ingezetene die alsnog wordt aangemerkt als jonggehandicapte op grond van artikel 1a:1, tweede lid, niet eerder dan twaalf maanden na de dag waarop voor het laatst werd vastgesteld dat de ingezetene geen jonggehandicapte was recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering.

2.

Indien geen recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering ontstaat, omdat op de jonggehandicapte een of meer uitsluitingsgronden, als bedoeld in artikel 1a:6, eerste lid, van toepassing zijn, heeft de jonggehandicapte alsnog recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering vanaf de dag dat zich geen van deze uitsluitingsgronden meer voordoet.

Kern van het wetsartikel

Dit artikel gaat over het later ontstaan van een recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de zogenoemde Amber-bepaling in art. 1a:1, lid 2. Het later ontstane recht kan niet eerder ingaan dan twaalf maanden na een eerdere beoordeling of een betrokkene jonggehandicapte is in de zin van hoofdstuk 1A. Indien sprake is van een uitsluitingsgrond dat aan het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering in de weg staat, ontstaat het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering vanaf de dag dat de uitsluitingsgrond zich niet meer voordoet.

Beschrijving van de wijzigingen

Inwerkingtreding per 1 januari 2015

Op grond van art. III, onderdeel B, Invoeringswet Participatiewet, Wet van 2 juli 2014, Stb. 2014, 270, is een nieuw hoofdstuk 1A aan de Wajong toegevoegd. De bepalingen in hoofdstuk 1A Wajong zijn op grond van het enig artikel in het Besluit van 4 juli 2014, Stb. 2014, 271, …