Voor zover uit de wet niet anders voortvloeit, is deze titel van toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid, alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft.
Commentaar op Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering art. 261 (Burgerlijkprocesrecht)
Commentaar is bijgewerkt tot 16-07-2017 door mr. E.E. van der Kamp
Artikel 261 Tekst van de hele regeling
Met een verzoekschrift worden ingeleid de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit.
A: Inleiding
Wijzigingen voortvloeiend uit KEI ten aanzien van de artikeltekst:Het tweede lid vervalt. In het resterende deel (thans lid 1) wordt de tekst ‘zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid’ vervangen door ‘zaken waarbij een verzoek wordt ingediend’.
Dit artikel bepaalt op welke zaken de voorschriften van Titel 3 van toepassing zijn. Titel 3 is van toepassing op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid alsmede op zaken waarin de rechter ambtshalve een beschikking geeft. Dit is alleen anders voor zover dit uit de wet voortvloeit. Ingevolge het tweede lid worden met een verzoekschrift ingeleid de zaken ten aanzien waarvan dit uit de wet voortvloeit.
B: Wetstechnische informatie
Voor de wetstechnische informatie verwijzen wij u naar de wetstechnische informatie van de regeling.
C: Kernproblematiek
C.1: Gesloten systeem
Artikel 261 geeft aan op welke zaken de bepalingen inzake de verzoekschriftprocedure (KEI: verzoekprocedure) van toepassing zijn. De bepalingen van Titel 3 zijn op alle verzoekschriftprocedures van toepassing, tenzij uit de wet voortvloeit dat dit anders is. Blijkens het woordje ‘moeten’ in het eerste lid, gaat het daarbij om de zaken waarin de wet toelaat dat de procedure…