Concretiserende besluiten van algemene strekking en rechtsbescherming
In deze bijdrage wordt een blik geworpen op de mogelijkheid om concretiserende besluiten van algemene strekking voor te leggen aan de bestuursrechter. Allereerst wordt ingegaan op de vraag of naast de directe toetsing ook de mogelijkheid bestaat dat een concretiserend besluit van algemene strekking bij wijze van exceptie wordt getoetst. Dat blijkt in beginsel niet het geval te zijn. Slechts bij uitzondering lijkt de bestuursrechter tot exceptieve toetsing over te gaan, namelijk als het de rechtszoekende niet verweten kan worden dat hij in een eerder stadium geen rechtsmiddelen heeft aangewend. De beperking van de exceptieve- toetsingsmogelijkheid onderstreept het belang dat de belanghebbende burger tijdig signaleert dat een concretiserend besluit van algemene strekking genomen wordt en zich realiseert welke gevolgen dat besluit voor hem kan hebben. Ten tweede wordt daarom stilgestaan bij de vraag of dit in alle gevallen realistisch is. Met name in situaties dat een concretiserend besluit van algemene strekking betrekking heeft op de clausulering van een bevoegdheid van een bestuursorgaan is dat twijfelachtig, omdat een dergelijke clausulering de belanghebbende niet altijd direct raakt. Met het oog op de rechtsbescherming is in de derde plaats relevant dat uit recente jurisprudentie volgt dat naast het ontbreken van zelfstandige normstelling ook de formele verknooptheid tussen het concretiserende besluit en de geconcretiseerde normstelling bepalend is voor de vraag of sprake is van een concretiserend besluit van algemene strekking. Dat impliceert namelijk dat een regelgever de mogelijkheden voor rechtsbescherming tegen de concretisering van een norm kan beïnvloeden door te kiezen voor een bepaalde regelgevingssystematiek.
1. Inleiding
Met het oog op de rechtsbescherming is het onderscheid tussen algemeen verbindende voorschriften en concretiserende besluiten van algemene strekking van groot belang. Daar ligt namelijk een belangrijke grens…