Naar de inhoud

De kantonrechter kan verdelen

Samenvatting

In artikel 3:185 BW is bepaald dat indien deelgenoten over een verdeling niet tot overeenstemming kunnen komen de rechter op last van de meest gerede partij de wijze van verdeling gelast of zelf de verdeling vaststelt.

Tekst

Bij de invoering van titel 3.7 BW (de gemeenschap) heeft de wetgever voor ogen gehad dat de verdelingsgeschillen tot de absolute competentie van de Rechtbank behoorden. Uit de parlementaire geschiedenis valt af te leiden dat na het vervallen van de aanvankelijk in het leven geroepen boedelrechter en een aantal daaruit voortvloeiende wijzigingen voor alle vorderingen die ter zake van de verdeling zouden kunnen worden ingesteld, de gewone rechter, 'derhalve de Rechtbank' bevoegd was (Parl. Gesch. Boek 3, Inv. 3, 5 en 6 blz. 1278 e.v.).

Met ingang van 1 januari 2002 is de kantonrechter onderdeel van de Rechtbank geworden en is er geen sprake meer van een onderscheid tussen Rechtbank en kantonrechter in de zin van absolute competentie. Of de kantonrechter bevoegd is van geschillen kennis te nemen is thans derhalve nog uitsluitend een vraag die de subsectorcompetentie betreft. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat onder sectorcompetentie valt de verdeling van bevoegdheden tussen burgerlijke rechter, bestuursrechter en strafrechter.

Als uitzondering op de competentie van de rechtbankrechter is in artikel 93 Rv thans de bevoegdheid van de kantonrechter, als subsector van de Rechtbank, geregeld. Artikel 93 sub b Rv bepaalt dat door de kantonrechter worden behandeld en beslist zaken betreffende vorderingen van onbepaalde waarde, indien er duidelijke aanwijzingen bestaan dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 5.000.

De vordering van verdeling, bijvoorbeeld die…