Naar de inhoud

De maatschap zonder contract

Samenvatting

Een maatschap kan vormvrij tot stand komen. Uit de feitelijke situatie kan blijken dat de essentialia van de maatschap aanwezig zijn en dat derden de samenwer-king hebben aangemerkt als maatschap.

Tekst

1. Inleiding

In dit artikel wordt ingegaan op een recente uitspraak van de Hoge Raad waarin de vraag centraal staat of er tussen partijen sprake is van een overeenkomst van opdracht of dat, door het karakter van de gemaakte afspraken en de lange duur van de relatie, een (stilzwijgend tot stand gekomen) maatschap moet worden aangenomen. Hierbij toetst de Hoge Raad de werkrelatie in kwestie aan de materiële kenmerken van een maatschap. Tevens wordt gekeken of geruisloze overgang van de overeenkomst van opdracht naar een overeenkomst van maatschap in te zeer strijd komt met de eis van rechtszekerheid.

2. Casus

Van den Eijnde c.s. en Fuchs c.s. zijn op enig moment een samenwerking aangegaan in het kader van een dierenartsenpraktijk. Volgens Van den Eijnde c.s. heeft de samenwerking de vorm van een (aantal) overeenkomst(en) van opdracht of overeenkomst(en) sui generis. Fuchs c.s. worden door Van den Eijnde c.s. beloond met een betaling per kwartaal, ‘voorschot’ genoemd, en een jaarlijkse winstafhankelijke uitkering onder de noemer ‘winst’. Fuchs c.s. stellen dat er sprake is van een maatschap, Van den Eijnde c.s. betwisten dit.

3. Beoordeling in de instanties

De Rechtbank ’s-Hertogenbosch oordeelt, na toetsing van de materiële kenmerken, dat er sinds een zeker moment sprake is van een…