Naar de inhoud

De motiveringsverplichting bij verwerping van door de verdachte gevoerde verweren: een complex stelsel

In twee arresten (uit 2012 en 2013) heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk overwogen dat artikel 359a Sv een motiveringsverplichting bij het verwerpen van rechtmatigheidsverweren bevat. Gevolg daarvan is dat naast de artikelen 358 lid 3 en 359 lid 2 Sv, een derde motiveringsverplichting bij het verwerpen van door de verdachte gevoerde verweren wordt onderscheiden. Doordat tekst noch wetshistorie van artikel 359a Sv aanknopingspunten bieden voor een daarin vervatte motiveringsverplichting, is de door de Hoge Raad gekozen uitleg niet evident. Daarnaast levert de door de Hoge Raad gekozen benadering complicaties op in geval een rechtmatigheidsverweer tot niet-ontvankelijkheid van het OM concludeert. Het stelsel van motiveringsverplichtingen bij het verwerpen van door de verdachte gevoerde verweren is mede hierdoor lastig te doorgronden en voor de (cassatie)praktijk onnodig complex. In deze bijdrage wordt een overzicht gegeven van de huidige motiveringsverplichtingen en wordt het stelsel kritisch besproken.


Open PDF