De (on)mogelijkheden van de 'wettelijke ventieltechniek'
1. Vooraf
Op 24 oktober 2008 heeft Staatssecretaris De Jager (Financiën) zijn nota over de modernisering van de Successiewet naar de Tweede Kamer gezonden.2 Uit deze nota volgt dat de staatssecretaris aan de verlaging van de tarieven en de wijzigingen in de regelgeving waarvoor veel draagvlak is en die binnen de bestaande Successiewet 1956 tot stand kunnen worden gebracht, prioriteit wil geven. De geplande datum van inwerkingtreding van deze herziening is 1 januari 2010. Van belang voor deze bijdrage is dat de staatssecretaris in de nota te kennen geeft dat de defiscalisering voor het successierecht van de niet-opeisbare onderbedelingsvorderingen die kinderen verkrijgen uit hoofde van een wettelijke verdeling en daarmee vergelijkbare testamentvormen (en de daarmee corresponderende overbedelingsschulden en/of de rente)3 voorlopig niet aan de orde is. Dit betekent dat in de notariële praktijk de komende periode gebruik gemaakt kan blijven worden van het op basis van art. 1 lid 2 en art. 1 lid 5 van de Successiewet 1956 (SW) en art. 4:13 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW), door het wel of niet sluiten van renteovereenkomsten, laten ‘ventileren’4 van de rente over de onderbedelingsvordering om te trachten successierechten te besparen bij het eerste en/of tweede overlijden. Aangezien er echter veel onduidelijkheid is over de vraag in welke gevallen door erfgenamen gebruik gemaakt kan worden van deze ‘ventieltechniek’ en fiscaal gevolgde renteovereenkomsten gesloten kunnen worden, valt het te betreuren dat er nog steeds geen besluit door de staatssecretaris is genomen over de fiscale houdbaarheid van de renteovereenkomsten.5Voor de praktijk is het wenselijk als de staatssecretaris spoedig in een…