ECLI:NL:CRVB:2017:1969 Centrale Raad van Beroep , 12-05-2017 / 15/2831 AWBZ
Uitspraak
15/2831 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van
10 maart 2015, 14/284 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 12 mei 2017
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. D. Schaap, advocaat, hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft de Raad nog nadere stukken toegestuurd.
Het onderzoek ter zitting…
Appellant wordt door de Svb verzekerd geacht voor de AWBZ met de verplichting om een zorgverzekering in Nederland af te sluiten. Er is te weinig loonheffing op zijn AOW-pensioen ingehouden en appellant moet dit bedrag betalen. Met inachtneming van het Unierecht, is in het geval van appellant sprake van een onbillijkheid van overwegende aard als bedoeld in artikel 24 van KB 746. De geconstateerde strijdigheid van artikel 21, tweede lid, van KB 746 met het bepaalde in artikel 45 van het VWEU wordt opgeheven. Dit betekent dat appellant op grond van zijn werkzaamheden voor het Kapittel van Civiele Orden vanaf 1 augustus 2012 niet verzekerd moet worden geacht voor de AWBZ. Het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit komen voor vernietiging in aanmerking komen.
Gegevens
| Instantie | Centrale Raad van Beroep |
|---|---|
| Datum uitspraak | 12-05-2017 |
| Datum publicatie | 06-06-2017 |
| ECLI | ECLI:NL:CRVB:2017:1969 |
| Zaaknummer | 15/2831 AWBZ |
| Bijzondere kenmerken | Hoger beroep |
| Rechtsgebied | Arbeidsrecht |