Naar de inhoud

Economisch tijdens leven, juridisch na overlijden

Samenvatting

Door de wijziging van artikel 15.1.g WBR per 29 december 1995 (en een andere kijk op de jurisprudentie in FBN 1993, nr 45) zijn er nog maar weinig mogelijkheden om zonder heffing van overdrachtsbelasting de juridische eigendom toe te scheiden aan de economische eigenaar. Besproken worden de volgende situaties: 1. de economische eigenaar is enig erfgenaam 2. de economische eigenaar is één van de erfgenamen 3. legaat t.b.v. de economische eigenaar 4. de ouderlijke boedelverdeling.

Tekst

In FBN 1993, nr 45 is bericht over de overdracht van de economische eigendom van onroerende zaken tijdens leven en de verkrijging van de juridische eigendom na het overlijden van de verkoper, dit ter vermijding van overdrachtsbelasting en successierecht.

Een streven dat niet in alle situaties tot succes leidt. Van essentieel belang is namelijk dat de economische-eigendomsverkrijging niet leidt tot heffing van overdrachtsbelasting en dat artikel 15 lid 1 onderdeel g WBR van toepassing is.

Na 31 maart 1995 vormt de verkrijging van de economische eigendom een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting en per 29 december 1995 is de werking van artikel 15.1.g WBR zeer beperkt. Dit betekent dat aan de bestaande praktijk een einde is gekomen, nieuwe gevallen van economische-eigendomsoverdracht zullen zich in deze context niet meer voordoen.

Vóór 31 maart 1995 hebben veel economische-eigendomsoverdrachten plaatsgevonden waarbij de juridische eigendom na het overlijden van de verkoper moet overgaan naar de koper.

Voor de notariële praktijk is het nuttig de situatie die sedert 31 maart 1995 is ingetreden, te onderzoeken.

In samenspraak met de medewerkers van het Fiscaal…