Naar de inhoud

Een nieuw roostersysteem

Het voortgezet onderwijs in Nederland onderscheidt zich van de meeste andere landen door de keuzepakketten van leerlingen in de hogere jaren (de ‘bovenbouw’). Hierdoor moeten scholen in deze hogere jaren de lesroosters per leerling maken in plaats van per klas, zoals in de onderbouw nog gebruikelijk is. Heel globaal zijn er twee soorten roostersystemen. Het grootste verschil zit hem in de wijze hoe de roostermaker de bovenbouw indeelt. Het meest voorkomende systeem is dat leerlingen van de bovenbouw eerst in klassen worden ingedeeld en dat er vervolgens clusters van gemaakt worden. Bij dit systeem komt de grootste kritiek van de leerlingen omdat er veel tussenuren ontstaan en ze soms erg lange dagen moeten maken. Op veel scholen wordt daarom een ander roostersysteem gebruikt, waarbij eerst clusters worden gemaakt. Op basis van zo’n cluster wordt dan een klas gekozen. Een wiskundecluster kan zo ineens ook de (stam)klas van een leerling zijn. Ook dit systeem heeft veel nadelen: zo zijn er veel blokuren, zijn er lessen bij leerlingen dubbel ingeroosterd en zijn er nog steeds vrij veel tussenuren. Ook leraren hebben – voor het eerst – grote moeite met dit nieuwe systeem. De vraag is wat de MR hieraan kan doen.

Het probleem hierbij is: welk rooster krijgt voorrang? Dat van de leerlingen of dat van het personeel? Omdat een school primair een onderwijsinstituut is zou je verwachten dat de leerlingen het optimale rooster krijgen (weinig tussenuren en korte dagen), maar helaas wordt daar niet altijd voor gekozen want deze optie ziet het personeel ook wel zitten.

Er zijn dan ook veel klachten op het nieuwe roostersysteem gekomen…