Naar de inhoud

EHRC 2016/148, EHRM 31-03-2016, , 6095/11, 74091/11, 75583/11

Inhoudsindicatie

Recht op vrijheid, Redelijke verdenking, Schadevergoeding

Samenvatting

Klagers zijn alle drie op enig moment korte tijd in detentie gehouden voor ondervraging. In de gevallen van de eerste twee klagers hebben de nationale rechters al vastgesteld dat daarbij geen sprake was van een redelijke verdenking, zodat ook het EHRM hier een schending van art. 5 lid 1 EVRM kan vinden; ook in het geval van de derde klager ontbrak een voldoende basis. De zaak draait echter om het feit dat de klagers bij de nationale…

Instantie Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Datum uitspraak31-03-2016
PublicatieEHRC 2016/148 (Sdu European Human Rights Cases), aflevering 7, 2016
Zaaknummer6095/11, 74091/11, 75583/11
RechtsgebiedMensenrechten (EVRM)
Rubriek Uitspraken EHRM
Rechters
  • Nußberger (President)
  • Yudkivska
  • M⊘se
  • Vehabovic
  • O’Leary
  • Mits
  • Panova
Partijen Dzhabarov e.a.
tegen
Bulgarije
Regelgeving
  • EVRM - 5 lid 1 en 4